Veldleeuwerik. Foto: Harvey van Diek

Weidevogels gaan onverminderd achteruit

Dat het slecht gaat met de meeste weidevogelsoorten in Nederland, is voor velen geen nieuws meer. Van veel soorten is het aantal sinds 1990 fors afgenomen. De grootste verliezers zijn de Veldleeuwerik en de Scholekster. Maar ook andere tot voor kort veel voorkomende weidevogelsoorten duiken in de min. Alleen de populatie Kuifeenden is wel toegenomen. Dat blijkt uit een analyse van het CBS van de meest recente cijfers van Sovon.

De populaties van Grutto, Scholekster, Slobeend, Veldleeuwerik en Graspieper laten direct vanaf de jaren 90 een geleidelijke maar duidelijke daling zien. De gruttostand is sinds die tijd gehalveerd. Scholekster en Veldleeuwerik zijn met 60 procent afgenomen. Van de Kievit en Gele Kwikstaart blijven de populaties tot de eeuwwisseling nog op peil en de Tureluur neemt in die periode zelfs wat toe. Maar ná de eeuwwisseling is ook bij deze soorten een daling te zien. In de Vogelbalans van 2012 hebben we deze ontwikkelingen uitgebreid toegelicht.

Schaalvergroting in de melkveehouderij

Het verdwijnen van weidevogels hangt samen met de schaalvergroting en intensivering in de landbouw. Enerzijds gaat het daarbij om directe verliezen van nesten en kuikens doordat bijvoorbeeld steeds vroeger en vaker gemaaid wordt. Maar ook indirect beïnvloedt de landbouw de weidevogelstand door de verschuiving van gevarieerde, vochtige, kruidenrijke hooilanden naar uniforme gedraineerde percelen met één of twee soorten gras, die makkelijker machinaal te bewerken zijn en een hogere grasproductie opleveren. Daardoor is er minder voedsel, dekking en rust voor weidevogels.

De schaalvergroting vindt al plaats sinds halverwege de vorige eeuw, maar gaat nog steeds door. Zo stopten in de periode 1990-2014 60 van de100 melkveehouders met het houden van melkkoeien. Op de resterende, grotere bedrijven steeg het gemiddeld aantal melkkoeien van 40 naar 84, terwijl de melkproductie per koe ook nog toenam.

Door de uitbreiding van onder andere steden en de bijbehorende infrastructuur en de daarmee gepaard gaande toegenomen verstoring, is broedgebied van weidevogels verloren gegaan. In totaal verdween er sinds 1990 ruim 150 000 hectare grasland. Dat is een daling van ruim 14 procent.

Roofvijanden

Eieren en jonge weidevogels worden verslonden en gedood door roofdieren. Soorten als Buizerd, Hermelijn, Bunzing, Vos, kraaiachtigen, Blauwe Reiger, Ooievaar, maar bijvoorbeeld ook Egels, hebben – naast veel andere prooien en aas – ook weidevogels  op het menu staan. Omdat sommige soorten roofdieren toenemen en andere afnemen valt niet te zeggen of de druk hiervan op de weidevogelstand veranderd is. Weidevogels hebben een grotere kans te worden verschalkt door roofdieren als de beschutting door landbouwactiviteiten, zoals maaien, sterk wordt verlaagd. Grote verliezen door natuurlijke vijanden (pdf) zijn overigens een normaal verschijnsel bij weidevogels, en hoeven geen nadelige gevolgen te hebben voor de populaties.