Waterhoen, juveniel. Foto: Harvey van Diek

Waterhoen, de ultieme midwintersoort?

Bij ons broedende Waterhoentjes zijn voornamelijk standvogel en overwinteren in grotendeels in eigen land of net ten zuiden ervan. Het risico van een strenge winter nemen ze op de koop toe. In de winter zie je ze dikwijls in kleine groepen, maar ze blijven weinig opvallend. Tijdens de midwintertelling worden verreweg de meeste Waterhoentjes geteld, ongeveer drie tot viermaal zoveel als in december en februari. Dat komt omdat tijdens de midwintertelling in januari veel geschikt habitat geteld wordt zoals stedelijk gebied en beken.

Door Jan Schoppers, regiocoördinator watervogeltellingen Flevoland en Gelderland

In januari 2012 zijn er ruim 40 Waterhoentjes doorgegeven in Flevoland en bijna 675 in Gelderland (bijlage 10 in Watervogelrapport 2012).

Verspreiding en trend

In Gelderland zijn het de clusters in Arnhem, Zutphen en in de oostelijke Achterhoek die eruitspringen. Het stedelijke gebied is waarschijnlijk de omgeving waar de soort meer bescherming geniet tegen predatoren. Daarnaast zijn de weersomstandigheden er vaak milder waardoor er meer open water is. Opvallend zijn de lage aantallen in het rivierengebied en Flevoland. Ook als broedvogel is de soort schaars in Flevoland, blijkt uit de Broedvogelatlas van 2002. Dit wordt geweten aan gebrek aan voedsel en dekking, want de vaarten zijn er diep en hebben weinig dekking. Ook in de Flevolandse moerasgebieden zijn weinig Waterhoentjes vastgesteld.

Zowel de broed- en wintervogelaantallen zijn in de afgelopen decennia afgenomen. Tijdens de koude winters in de jaren tachtig en negentig dachten we dat de kou als spelbreker opereerde. Nu komen we tot de conclusie dat er meer aan de hand lijkt, maar naar de oorzaken blijft het voorlopig gissen.

Figuur 1. Verspreiding Waterhoen in Flevoland en Gelderland in januari 2014

Midwintertelling

De komende telling is de 49e editie. Jaarlijks is er een goede deelname in Gelderland en Flevoland. Evengoed zijn er nog vacante gebieden zowel in de maandelijks te tellen monitorgebieden als voor de midwintertelgebieden. Voor vragen of informatie kun je terecht bij Jan Schoppers.