Grote Gele Kwikstaart in winterkleed. Foto: Ran Schols

Wat is er met de Grote Gele Kwikstaart aan de hand?

De Grote Gele Kwikstaart doet het al jarenlang niet goed. Niet alleen in Limburg maar ook in andere delen van het land. "Komt door de koude winters" zal menigeen zeggen. Maar waren die echt zo koud, en waarom weet de IJsvogel dan te herstellen waar dat bij de GGK uitblijft?

Door: Fred Hustings

De afname van de Grote Gele Kwikstaart in Limburg begint zo langzamerhand op te vallen. In het broedvogelrapport 2013, dat binnenkort bij de tellers in de bus valt, krijgt dit enige aandacht. 

Afname in traditionele bolwerken
Zuid-Limburg, van oudsher het belangrijkste broedgebied, werd in 2013 (en 2014) helaas minder goed onderzocht. Maar de beschikbare gegevens wijzen op een dieptepunt, vergelijkbaar met midden jaren tachtig en negentig. Toen volgde dat dal echter op enkele waarlijk strenge winters (inclusief Elfstedentochten), terwijl de winters vanaf 2008/09 normaal tot hooguit koud waren (dat in de volksmond gesproken wordt van ‘strenge winters’ geeft een glijdende perceptie van het fenomeen koud winterweer aan). Ook in andere traditionele bolwerken als Twente en de ZO-Achterhoek ligt de stand op zijn gat.

Handhaving elders
In het licht van deze malaise is het frappant hoe goed de Grote Gele Kwikstaart zich weet te handhaven in Noord-Brabant. Een provincie waar de soort tot aan de eeuwwisseling alleen sporadisch broedde! Bijzonder is ook, dat het aantal broedgevallen in het voorheen beste gebied, de Kempen, terugloopt terwijl het midden en noordwesten van de provincie juist vaker aan bod komen. Corresponderend hiermee lijkt de broedplaatskeus te veranderen: watermolens (klassieke broedplek) raken uit de gratie, sluiscomplexen en rioolwaterzuiveringen komen in trek. Dat suggereert dat er wat aan de hand is in het beekmilieu, waarschijnlijk een voedselkwestie.

Tellingen nuttig!
Hoe de soort er in onze provincie precies voor staat, en of er regionale verschillen zijn, weten we momenteel niet. Alle reden dus om dit voorjaar extra aandacht aan deze fraaie soort te besteden. Dat kan heel goed in maart en de eerste helft van april, wanneer de broedvogels nog relatief goed in kaart te brengen zijn (zie de telrichtlijnen op de soortpagina).

Oproep
Kortom: bij deze een oproep aan de vaste (of nieuwe) bekentellers om er dit jaar weer eens vol ertegenaan te gaan. Dit geldt in het bijzonder voor de Geul, onze misschien wel belangrijkste beek voor deze soort. Tevens een aansporing aan anderen om alle Grote Gele Kwikstaarten in de broedtijd te melden via (bijv.) waarneming.nl. Geef de plek nauwkeurig aan en vermeld ook, indien van toepassing, gedragingen als zang/balts, alarm of voedseltransport.
Alvast veel dank!