Roodborsttapuit. Foto: Harvey van Diek

Wat doet die koude lente met onze broedvogels?

Eerst droog en koud, dan nat en koud. Dat is hoe veel BMP-ers het voorjaar van 2013 beleven. Toch is het volop voorjaar. Hoe verloopt het broedseizoen voor de verschillende soorten?

Door Arjan Boele, Jan-Willem Vergeer & Joost van Bruggen, coördinatoren broedvogels

Meten is weten

De omstandigheden moeten wel erg bar zijn, willen er niet flink wat territoriale vogels gescoord kunnen worden. Maar goed, een effect is er natuurlijk wel. Aan de BMP-ers de schone taak ervoor te zorgen dat we straks alleen eventuele echte aantalsveranderingen meten en geen dip vanwege een mindere telinspanning.

Gezien de vele honderden nu reeds ingevoerde BMP-bezoeken (en dus de vele duizenden stippen) ziet het daar niet naar uit. Dank aan alle BMP-ers voor hun noeste inspanningen, ook als het weer wat tegen zit!

Weidevogels reageren verschillend op de kou

Grutto | Fotograaf Harvey van Diek
Grutto lijkt op veel plaatsen succesvol te hebben gebroed|Fotograaf: Harvey van Diek

Hoe reageren de weidevogels op de bijzondere omstandigheden? Verschillend, zo lijkt het. Kieviten doen het over het algemeen niet zo goed: het aantal territoriale vogels is mager en relatief veel vogels lijken niet eens aan broeden begonnen te zijn.

Bij de Grutto oogt het wat anders: het aantal territoria houdt niet over, maar er lijkt op veel plaatsen succesvol gebroed te zijn. Bovendien lijkt juist deze soort te profiteren van de late eerste maaibeurt: de jongen hebben daardoor meer kans die cruciale eerste weken door te komen.

Te lange winter voor Roodborsttapuit

Over de teruggekeerde Afrikagangers valt over het algemeen nog weinig te zeggen. Opvallend wisselende berichten ontvangen we over de Wielewaal, maar over de Bonte Vliegenvanger zijn we het eens: die beleeft een mager jaar.

Voor een aantal soorten die dichter bij huis overwinteren lijkt de winter te lang geduurd te hebben. Het beste voorbeeld daarvan is de Roodborsttapuit. Waar we in 2012 nog een topjaar beleefden, noteren veel tellers nu tenminste een halvering van de aantallen. Benieuwd hoelang deze op de lange termijn toch succesvolle soort erover zal doen om de weg naar boven weer te vinden!

Voor de atlassers onder ons is zo’n dip natuurlijk vervelend: het is nu immers een stuk lastiger om robotapu’s in je blok aan te treffen. Dankzij het BMP kunnen we dat magere voorkomen in het eerste atlasjaar wel in het juiste perspectief zien.

Kleine groei aantal Cetti's Zangers

Dan nog wat voorlopig nieuws over zeldzame soorten. Bijzonder mooi is de ontwikkeling bij de Zeearend: die broedt op tenminste 4 locaties en er zijn minimaal 6 jongen aanwezig.

Steltkluut | Fotograaf Koos Dansen
Steltkluut broedt in nieuwe moerasgebieden |Fotograaf: Koos Dansen

Cetti’s Zangers zijn niet meer klein te krijgen: een voorlopige schatting voor kerngebied de Biesbosch komt op tenminste 400-450 territoria (een kleine toename ten opzichte van 2012). Daarbuiten verscheen de soort op verschillende nieuwe plekken (bijv. het eerste territorium in Utrecht).

De Kuifleeuwerik is nog (net) niet verdwenen is uit ons land: 2 vogels in Venlo en één in Den Bosch.

Net als in 2012 werden in nieuwe moerasgebieden fraaie broedvogels als Kleinst en Klein Waterhoen en Stelkluut gevonden.

De laatste loodjes

Voor BMP-ers volgen nog wat pittige weken: zeer vroeg uit de veren en een fors koor dat ontleed moet worden. Hou nog even vol; voor je het weet neemt de zangactiviteit rap af en is het seizoen voor de meeste soorten weer gedaan. Blijf ook vooral de waarnemingen van BMP-telgebieden, kolonievogels en zeldzame soorten snel invoeren, zodat we in een volgende nieuwsbrief alweer een aanzienlijk completer beeld van het broedseizoen 2013 kunnen presenteren.

Dank voor uw aller medewerking & veel plezier in het veld!

Contact

Arjan Boele, arjan.boele@sovon.nl
Jan-Willem Vergeer, jan-willem.vergeer@sovon.nl
Joost van Bruggen, joost.vanbruggen@sovon.nl