Vogels in De Zeevang 2000-2020

In de publicatie 'Vogels in De Zeevang 2000-2020' doet de KNNV, afdeling Hoorn/West-Friesland verslag van 20 jaar vogels tellen in de Zeevang in het winterhalfjaar. Tijdens 120 tellingen zijn in totaal 142 soorten en meer dan 7 miljoen vogels waargenomen.

De KNNV heeft niet alleen de doelsoorten geteld volgens de richtlijnen van de landelijke Goudplevierentelling, Midwintertelling en Watervogeltelling. Zij heeft ervoor gekozen alle vogels te tellen in dit open, waterrijke, landelijke gebied tussen Hoorn en Edam, 3.800 hectare groot. Het gaat om standvogels, wintergasten, doortrekkers en eventuele dwaalgasten. In 2005 bleek al dat deze vorm van inventariseren zin heeft. Op basis van de door de KNNV getelde aantallen Smienten is toen de helft van het onderzoeksgebied aangewezen als Natura 2000-gebied.

Smienten en andere watervogels

De Zeevang heeft een grote aantrekkingskracht op Smienten, omdat er een grote afwisseling is tussen water en land. Bij gevaar kunnen Smienten gemakkelijk vluchten van de graslanden naar een van de vele sloten. Bij de vogeltellingen maakten zij de helft uit van de totaal aantal getelde vogels. Afgezien van schommelingen als gevolg van het weer blijven de aantallen Smienten redelijk op peil.

Bij andere eenden ziet de KNNV een licht dalende trend voor de Wilde eend, een langzame toename van Slobeend en Wintertaling en een hele sterke toename, met een factor 20, van de Krakeend. Ook het aantal Bergeenden is toegenomen, maar vooral in de eerste drie maanden van het jaar. Bergeenden presenteren zich, mogelijk door klimaatverandering, eerder in hun broedgebieden.

De aantallen van voormalige echte wintergasten als de Grote zaagbek en de Kleine zwaan liepen heel sterk terug. Voor de Grote zaagbek speelt de voedselsituatie op het Markermeer een rol (onvoldoende vis). Maar waarschijnlijk wordt het trekgedrag van beide soorten ook beïnvloed door klimaatverandering.

De KNNV ziet een flinke toename van ganzen, met name Grauwe ganzen en Brandganzen. Bij de Kolgans namen de aantallen toe tot een piek in 2015-2016, daarna liep deze soort weer terug. Wat roofvogels betreft zitten in de Zeevang zowel Slechtvalken als Buizerds in de lift.

Goudplevieren

Een van de soorten die de tellers graag zien is de Goudplevier. Goudplevieren worden waargenomen in grote groepen, vaak in nabijheid van kieviten. De KNNV ziet de aantallen Goudplevieren in 20 jaar tijd dalen, al zijn er sterke schommelingen. In het laatste telseizoen namen de aantallen weer toe. Er lijkt een verband te zijn tussen de hoeveelheid neerslag en de aantallen Goudplevieren. In droge maanden worden opvallend minder Goudplevieren aangetroffen. De KNNV vindt dit opvallend. Zij verwachtte dat in dit gebied, vanwege het relatief hoge waterpeil, de invloed van neerslag niet zo sterk zou zijn.

Toepassing resultaten

De resultaten van het onderzoek worden door de KNNV ingezet om gevraagd en ongevraagd advies te kunnen geven over het beleid ten aanzien van natuur en landschap. Het gaat dan bijvoorbeeld om peilbesluiten, plannen om bodemdaling tegen te gaan, natuurbeheerplannen, ganzenbeleid, weidevogelbescherming en landbouwbeleid. In algemene zin ziet de KNNV dat de vogelsoorten die in aantal zijn toegenomen vooral graseters zijn. De vogelsoorten die afhankelijk zijn van het bodemleven zijn vrijwel niet toegenomen. Dit geeft aan dat de Zeevang door het intensieve gebruik onder druk staat. De KNNV, afdeling Hoorn/West-Friesland, zet haar kennis in om mee te denken over hoe dit beter kan.

Meer lezen

Meer informatie over de resulaten en de interpretatie van 20 jaar vogeltellingen in De Zeevang in het winterhalfjaar zijn te vinden op de website van de KNNV, afdeling Hoorn/West-Friesland.

Tekst en fotografie: Annemarie Dekker