MUS-teller in actie. De broedvogels in de bebouwde omgeving worden geteld via het MUS-project. Foto: Peter Eekelder

Vogels in de min in stedelijk gebied

In de pers - In de periode 1990–2017 zijn de populaties van 13 van de 20 voor de stad kenmerkende broedvogelsoorten in aantal afgenomen, zo meldt het CBS op basis van telgegevens van Sovon. Aantallen Merels en Zanglijsters laten een daling in het stedelijk gebied zien, terwijl daarbuiten geen afname wordt geconstateerd. Ons land bestaat voor 16% uit stedelijk gebied. Van sommige soorten in Nederland broedt meer dan een derde in bebouwd gebied.

Vogelsoorten waarvan meer dan 32 procent van de Nederlandse populatie in de stad broedt, noemen we stadsvogels. Het gaat om soorten als Houtduif (ooit uitgesproken bosvogel!), Merel en Huismus. Sinds 1990 gemeten laten ze een afnemende trend zien (figuur 1). 

Figuur 1. Cumulatieve trend van 20 stadsvogelsoorten.

Stedelijke omgeving minder geschikt

Buiten de steden groeien de populaties van sommige van deze soorten nog wel. Zeven soorten zijn sinds 1990 landelijk in aantal toegenomen. Vier soorten zijn stabiel gebleven, negen soorten gaan ook landelijk achteruit.
Van acht soorten gaan de populaties in het stedelijk gebied harder achteruit dan landelijk. Geen enkele soort doet het in het stedelijk gebied beter dan landelijk. Dit wijst erop dat de stedelijke omgeving voor  stadsvogels als broedplek minder geschikt is geworden ten opzichte van het buitengebied. Lees hierover ook het artikel in de Volkskrant.

De verschillen