Henk van der Kooij tijdens zenderonderzoek aan Purperreigers

Vogelaar in de kijker | Henk van der Kooij

Henk van der Kooij telt al zeker 30 jaar voor Sovon. Hij is begonnen als Watervogelteller en heeft zich al heel snel toegelegd op de kolonievogeltellingen. Als geen ander weet hij een goede schatting of telling te maken van de hoeveelheden. Dit kan knap lastig zijn. Van aalscholver, blauwe reiger tot aan de schuwe purperreiger brengt hij jaarlijks de kolonies in kaart en al heel wat jaren.

Hoe ben je in ooit in aanraking gekomen met Sovon?

In de jaren zeventig ben ik met vogels kijken begonnen. Wij woonden in Noorden aan de Nieuwkoopse plassen. Ik heb in de jaren 1973/74 in het kader van mijn studie een broedvogelinventarisatie mogen uitvoeren het Nieuwkoopse plassengebied.  Ik mocht onder leiding van C.J.A. Wijnaendts een purperreigerinventarisatie meemaken. Dit was mijn eerste kennismaking en sindsdien ben ik gefascineerd gebleven. Wijnaendts is vanwege zijn leeftijd teruggetreden en heb ik zijn verslaggevende taak overgenomen en rond 1980 heb ik zijn werk uitgebreid en ben ik landelijk purperreigercoördinator geworden.

In de wintermaanden deed ik dan ook mee aan de Watervogeltellingen in het Nieuwkoopse plassengebied. Duizenden eenden kwamen ’s morgens terug van de voedselgebieden en rustten overdag op de plassen en petgaten tussen de beboste legakkers. Ik genoot van al die aanvliegende eenden. Wilde Eend (1000-en), Slobeend,(soms wel 1000), Smient (soms meer dan 7000), Krakeend, Kuifeend, Tafeleend, Wintertaling. Op deze manier heb ik het gebied echt goed leren kennen, en heb ik geleerd om aantallen en soorten snel te kunnen tellen. Dit kwam uiteraard van pas tijdens de Kolonietellingen.

Welke kolonies tel je allemaal?

Ik tel nu (deels samen met anderen, deels alleen) de twee purperreigerkolonies in het Nieuwkoopse plassengebied, twee kolonies van de Blauwe Reiger, de aalscholverkolonie en de laatste jaren doe ik ook waarnemingen bij de zwartkopmeeuwkolonie bij Noorden. Ook de Purperreigers bij Breukeleveen, de Kamerikse Nessen en bij Kinderdijk en een blauwe reigerkolonie bij Rhenen.

De zwartkopmeeuwkolonie is elke keer weer een verassing. Het valt me op hoeveel gekleurringde Zwartkoppen de kolonie telt.

En hoe gaat dat precies in zijn werk?  

Ik tel purperreigerkolonies in de broedtijd door de nesten te tellen. Kennis van het gebied is daarbij onmisbaar. De praktijk heeft geleerd dat het schatten van het aantal nesten op grond van af- een aanvliegende vogels  zware onderschattingen opleveren. Een gebied waar ik al vele jaren kom is de Overwaard bij Kinderdijk. Vele jaren werd voor het gebied hooguit tien nesten opgegeven, terwijl de indruk  bestond dat er meer Purperreigers zaten. Een vliegtocht met een vliegtuig in juni 1997 leverde niets extra’s op helaas. Op 11 juli ben ik het gebied ingegaan. Nee, zei toen molenaar Stam, jij mag het gebied niet in, het is levensgevaarlijk! Ja, maar ik ken het moerasgebied. Gelukkig kreeg ik zijn boot en met zwembroek, oud overhemd en sandalen, een paal van drie meter, ben ik het drassige waterrietland ingetrokken. Ik vond al gauw 12 nesten. Het jaar daarop telden we minimaal 35 nesten. Vanaf die tijd zijn tot op 2020 elk jaar met veel enthousiasten anderen  ‘grondtelling’ uitgevoerd. De kolonie behoort de laatste jaren tot een van de grootste van Nederland. Dit jaar is voor het eerst de kolonie niet vanaf de grond geteld. De vele ganzen hebben het schitterende waterrietland zo aangetast dat de vele moddervlaktes betreding van het gebied onmogelijk maken. De purperreigerkolonie loopt hier steeds meer gevaar.

Als het een ontoegankelijk gebied is en behoorlijk groot, hoe pak je het dan aan?

In onoverzichtelijke gebieden, met grote kolonies voer ik, zo mogelijk een voorinventarisatie uit.

Heb je in de loop van de jaren ook veranderingen gezien in jouw telgebied?

De grootste bedreiging is de vos. Ik heb kolonies (Keizerswaard in het Nieuwkoops plassengebied, Kamerikse Nessen, Lingdedijk) zien verdwijnen. Zoals de purperreigerkolonie van de Pot, die behoorde tot een van de grootste kolonie van West-Europa, is behoorlijk in aantal achteruitgegaan. Ik weet wel, Purperreigers kunnen bij aanwezigheid vos hoger gaan broeden in bomen. Maar de praktijk leert dat de jongen dan nog niet veilig zijn! Ik durf te stellen dat bij aanwezigheid van een vos in struweelkolonies de Purperreiger deze broedplekken gaat verlaten.

Purperreigers kunnen ook wel tot tien meter hoog broeden in Zwarte Elzen. Maar de jongen van drie wekenverlaten bij gevaar de nestkom of staan al veel meer dan jongen van de Blauwe Reiger op takken buiten het nest. Bij gevaar gaan ze lopen en vallen ze in struiken en bomen naar beneden. Ook in hogere kolonies zijn de jongen Purperreiger niet veilig voor de vos is mijn ervaring. Eilandstructuren zijn in moerasgebieden uitermate belangrijk. In De Pot bij Noorden dragen moddersloten veel bij aan het tegengaan van betreding van de kolonie door de Vos. Een schitterend voorbeeld van een vosonvriendelijke kolonies vormt De Auken, de hoogwaterzone in De Wieden! Hadden we maar meer van zulke wilgeneilanden omringd door breed water.

Waarom tel je eigenlijk vogels?

Naast dat het gewoon heerlijk is om veldwerk te doen, heb ik ook een christelijke overtuiging. Ik geloof dat wij als rentmeesters de taak en opdracht hebben om de schepping te beschermen en behouden. Zo heb ik het verwoord in mijn doctoraalscriptie in 1976 en zo zie ik het nog. Om mijn steentje aan goed rentmeesterschap bij te dragen tel ik al decennia de Purperreiger. Door de tellingen geven we inzicht in het verloop van de kolonies. Met mijn ervaring en de cijfers kunnen we beheerders helpen met het behoud van de gebieden en daarmee ook de kolonies.

Wat vind je het mooiste aan je tellingen?

Tellingen op plekken die slecht toegankelijk zijn roepen ook veel creativiteit bij mij op. Zo kwam ik onverwachts eens voor een sloot te staan waar achter de Purperreiger in struiken broeden. Hoe over de sloot te komen? Ik heb toen een boompje omgebogen en ben zo al schuifelend met kijker, pukkel en hoogtemeter naar de overkant geschuifeld. Wetend dat ik dezelfde weg ook weer terug moest. Een hele uitdaging, maar met een voldaan gevoel heb ik dit deel van de kolonie ook in kaart kunnen brengen. Kolonietellingen van reigers, zoals de Purperreigers is soms wel even afzien maar geeft elke keer weer veel spanning om de telling ui te voeren.  

 

Henk van der Kooij in actie voor baggerdepot Breukeleveen, bij de purperreigerkolonie | Foto: Dirk Prop

 

Wat is je favoriete vogelsoort?

Als je mij vraagt wat mijn favoriete vogels zijn dan denk ik toch wel vooral aan eenden. Komt misschien doordat ik kooikersbloed in mijn aderen heb: Van der Kooij, van de eendenkooi (van Delfgauw). De eendenkooi bestaat nog steeds.

Wat mag er niet ontbreken tijdens een van je tellingen?

Een goede voorbereiding: goed nadenken van wat je meeneemt het veld in en zo nodig toestemming van de eigenaar.

Heb je nog goede tips voor beginnende tellers?

Geniet van het vogelen. Een goede kijker is onmisbaar. Vogels kijken is leuk, maar echt vogelen begint door op te letten in je eigen omgeving en te kijken naar gedragingen van vogels. Je hoeft niet gelijk naar hele aparte vogelgebieden, in een gewone omgeving is vaak veel meer te zien dan je denkt. Noteer je waarnemingen. En, beheers je zo dat de vogels geen schade ondervinden van de handelen. Wees rentmeester.

Kunnen we je ook volgen tijdens een telling via Social Media? Twitter, Facebook?

Nee niet echt, ik ben hierin niet actief.