Mannelijke Vink langs De Vulkaan, 18 oktober 2014. Foto: Eduard Opperman (trektellen.nl)

Vinken kwamen massaal door

De Scandinavische bossen lopen leeg, en dat is te merken...In twee dagen tijd telden de Nederlandse trektellers ca. 767.000 voorbijsuizende Vinken.

Op zondag 16 oktober - met prachtig weer - waren veel tellers actief. Gedurende 356 gezamenlijk gemaakte uren zagen ze ruim 500.000 Vinken passeren. De verreweg grootste aantallen werden vastgesteld langs de Zuid-Hollandse kust; een klassieke situatie bij winden in de goede tijd met een zuidoostelijke component. Op De Vulkaan in Den Haag verveelde men zich niet....119.000 Vinken, het moet een indrukwekkende stroom zijn geweest. Telposten elders aan de Zuid-Hollandse kust deden goed mee met ieder rond de 45.000 Vinken. Wat zuidelijker, op de Zeeuwse kust, zijn er nog 36.000 geteld op Westenschouwen.

Nu ook het binnenland

Een dag later, 17 oktober, waren er minder tellers actief (maar nog steeds gedurende 202 uren!), maar was de vinkenstroom nog alleszins de moeite waard (ruim 267.000). Opnieuw veel Vinken aan de Zuid-Hollandse kust (max. 41.000 langs De Vulkaan), maar nu ook forse aantallen door het binnenland, vooral in de zuidelijke helft van Nederland. Aantallen van rond 10.000 (verschillende locaties), 16.000 (Kwintelooijen bij Veenendaal) of zelfs 21.600 (Zweefvliegveld Malden) mogen er zijn, voor binnenlandse begrippen.

Voer voor onderzoek

Het al dan niet massale optreden van Vinken tijdens de najaarstrek heeft altijd al mensen geboeid, van vinkenvangers tot vogelaars. Ontelbare publicaties zijn gewijd aan de relatie tussen de weersomstandigheden en de trekintensiteit (zie bijvoorbeeld een intermezzo over de vinkentrek langs De Vulkaan in het jaarverslag Trektellingen 2014, pag. 18-19). Een onderwerp waaraan eindeloos gepuzzeld kan worden. En hoe zou het zitten met de doortrek van mannen en vrouwen; zou die nog steeds hetzelfde verlopen als in de jaren tachtig, toen mannetjes gemiddeld vijf dagen later bleken te passeren dan vrouwtjes, althans op een telpost in Zuidoost-Nederland? (Limosa 1987, 119-122).