Vijf vogels om voor thuis te blijven

Doordat we meer thuis zijn, maken we de natuur rondom het huis intensief mee dit voorjaar. Veel trekvogels komen terug uit hun overwinteringsgebieden en het broedseizoen is in volle gang. Een ideale situatie om in eigen tuin of balkon, of bij het halen van een frisse neus, vogels te tellen. Vijf vogels om voor thuis te blijven.

1. De huismus

Als er één vogel is die de adviezen van de overheid goed opvolgt, is het wel de huismus. De meeste huismussen vliegen niet veel verder dan 100 meter van hun geboorteplek. Rond deze tijd gaan de huismussen massaal nestelen en zijn ze dus heel zichtbaar. Het hangt er overigens van af waar je woont of je ’s ochtends wordt gewekt door hun vrolijke gekwetter. Vooral in de versteende binnensteden, waar weinig groen en voedsel beschikbaar is voor de mussen, zijn de aantallen laag of ontbreken de vogels volledig. Maar woon je in een wat oudere wijk in een groene, wat rommelige omgeving aan de rand van de stad, of op het platteland, dan kunnen de mussen niet missen. Tot het jaar 2000 namen de aantallen sterk af, maar de laatste jaren is het aantal huismussen redelijk stabiel.

2. Tjiftjaf (en fitis)

Zeg je tjiftjaf, dan zeg je er bijna direct fitis achteraan. Want deze twee vogelsoorten lijken zo veel op elkaar, dat ze snel door elkaar gehaald worden. Maar omstreeks deze tijd heb je het gemakkelijk. Want de tjiftjaf laat zich nu veel horen. Vanaf de eerste week van maart stroomden de broedgebieden van de vogel al vol en inmiddels zitten ze op hun piek. De fitis is niet zo snel. Deze vogel is nog onderweg uit de overwinteringsgebieden in West-Afrika en zal in april weer volop in Nederland te zien en te horen zijn. De fitis loopt in aantallen overigens achteruit in Nederland, terwijl de tjiftjaf redelijk stabiel is. Resultaten van de Jaarrond Tuintelling geven een mooi inzicht in hoe de tjiftjaf zijn trekgedrag aanpast aan de weersomstandigheden. Zo was in 2018 de aankomst van de tjiftjaf duidelijk later dan in de andere jaren en ook de aantallen waren opvallend lager. Dit komt waarschijnlijk door een korte, maar hevige vorstperiode in het vroege voorjaar die reikte tot in Zuid-Europa.

3. Blauwe reiger

De vroegste ‘Blauwe Japen’ hebben al jongen in hun nesten, maar de meeste moeten nog beginnen met het leggen van eieren. Om te weten of het aantal broedende blauwe reigers toe- of afneemt, bekijken vogelaars jaarlijks het aantal nesten in zo’n vijf- tot zeshonderd kolonies. De nesten van deze kolonievogels worden al bijna honderd jaar geteld, sinds 1990 in het hele land. Uit dit onderzoek blijkt dat het aantal blauwe reigers landelijk afneemt. Die flinke dips zijn vooral het effect van koude winters, waarin er veel reigers doodgingen. Maar in Gelderland, Noord-Brabant en Zuid-Holland neemt de vogel juist toe in aantallen. In Noord- en Zuid-Holland zitten de grootste kolonies. De grootste kolonie van Nederland is nu helaas niet te bekijken. Die is namelijk in het tot 1 juni gesloten Artis in Amsterdam.

4. De huiszwaluw

Veel reislustiger is de huiszwaluw. De afgelopen maanden hebben ze overwinterd in de regenwouden van Congo en Kameroen. De allereerste huiszwaluwen verschijnen omstreeks deze tijd weer in Nederland. Toch zal het nog even duren voordat de vogels in grote aantallen rondzwermen rond gebouwen en bruggen, met name in de omgeving van meren, plassen en rivieren. De meeste komen pas binnen in de loop van of tweede helft van april. Bij die grote aantallen valt overigens wel een kanttekening te plaatsen. Zo’n vijftig jaar geleden waren er waarschijnlijk een half miljoen broedparen in Nederland, maar sinds de jaren 70 van de vorige eeuw is de soort in Nederland met wel tachtig procent in aantallen afgenomen. De laatste jaren nemen de aantallen weer licht toe. Tijdens het Jaar van de Huiszwaluw in 2018 is uitgebreid onderzoek gedaan naar het broedsucces van de huiszwaluwen. De afname van het aantal insecten lijkt de huiszwaluw parten te spelen, maar ook de hete zomers en de beschikbaarheid van goed nestmateriaal zijn van belang. Bij nestonderzoek is het waardevol om gegevens van meerdere jaren te verzamelen. Daarom gaan we gewoon door met het verzamelen van nestgegevens.

5. De wilde eend

In het Jaar van de Wilde Eend kunnen we natuurlijk niet om deze vogel heen. De eerste eendenkuikens zwemmen al rond, maar in veel sloten en plassen gaat het er nog heftig aan toe tijdens de vechtpartijen van paarlustige mannetjes. De wilde eend is een van de talrijkste broedvogels in Nederland, maar gaat de afgelopen jaren in aantallen achteruit. Sinds de jaren 90 is ongeveer een derde van de populatie verdwenen. Naar de oorzaken daarvan doen we onderzoek in het Jaar van de Wilde Eend. Tijdens het hele broedseizoen kan iedereen meedoen met het onderzoek door eendenkuikens te tellen en de aantallen door te geven. Vogelaars die toestemming hebben om nesten te onderzoeken, kunnen meehelpen door gegevens over het nestsucces door te geven.

Tip: Een beter moment om in je tuin te beginnen met de Jaarrond Tuintelling is er niet. Niet alleen kun je vogels doorgeven, maar ook andere soortgroepen zoals vlinders en zoogdieren. Je doet dan niet alleen mee aan onderzoek, maar belangrijk is dat onze directe leefomgeving beter wordt voor allerlei organismen.