Kerkuilen brengen veel tweede en soms derde legsels groot dankzij het grote muizenaanbod. Foto: Harvey van Diek

Veel muizen en een goed broedsucces van uilen

Het gebeurde in 2014. En in 2019 weer: een heuse muizenexplosie, althans in grote delen van het land. In Friesland werden weer hele graslandpercelen kaalgevreten door veldmuizen. Andere muizensoorten, zoals de rosse woelmuis, leken echter niet te pieken of lieten hooguit lokale uitschieters zien (bosmuis). De veldmuis-bonanza lokte minimaal 70 paar Velduilen naar Friesland (lezing Landelijke Dag). Hoe reageerden de andere uilen op deze zeer gunstige voedselsituatie?

Vogelaars die uilennesten controleren, brengen de effecten van de muizenstand prachtig in beeld. Ze vullen nestkaarten in met broedgegevens over onder ander de Steenuil (werkgroep STONE) en Kerkuil (KWN). Op basis van de eerste lichting digitaal ingestuurde nestkaarten kunnen we al een voorlopig (want nog onvolledig) beeld schetsen van drie uilensoorten. Van roofvogels is het beeld nog te onvolledig om cijfers te kunnen presenteren. Daarvan verloopt de administratie nog grotendeels via papieren nestkaarten, die later ingevoerd worden.

Gemiddeld aantal jongen per succesvol nest bij drie uilensoorten (Meetnet Nestkaarten). De gegevens uit 2019 zijn nog voorlopig en voor Steenuil en Kerkuil gebaseerd op respectievelijk 352 en 298 nesten met jongen.

Déjà vu van 2014

Vooral bij Steenuilen en Kerkuilen is de reactie op de hoge muizenaantallen te zien. Ze kregen erg veel jongen. Het aantal jongen per succesvol nest lag landelijk vrijwel even hoog als in 2014, toen de veldmuis ook een flinke aantalspiek liet zien. Van  regio tot regio kunnen er overigens nog behoorlijke verschillen zijn. Daarnaast leidt een rijk muizenjaar, afhankelijk van de soort, tot een vroegere start van de eileg, grotere legsels en ook meer legsels. Jonge Kerkuilen van tweede of zelfs derde broedsels worden zelfs op dit moment nog geringd.