Foto: Thomas Luiten

Veel Beflijsters op trek

De afgelopen dagen worden er opvallend veel Beflijsters op trek gemeld. Op 13, 14 en 15 oktober werden er meer dan 500 vanaf trektelposten gezien. Vooral het oosten van Nederland was goed bedeeld. De Beflijsters trokken mee in de grote stroom van koperwieken en anders lijsters, die begin deze week massaal overtrokken.

‘Tak, tak’ en ‘swieerr’. Geluiden die ervaren trektellers meteen herkennen als trekroepjes van de Beflijster. Eenmaal in de kijker is de soort te herkennen aan de egaal donkere kleur, de rechte vlucht, lange staart, waardoor Beflijsters subtiel verschillen van Merels en Kramsvogels. Van dichtbij is de lichte bef te zien, die vooral opvalt bij volwassen mannetjes. De vogels die in het najaar door ons land trekken, zijn afkomstig uit Scandinavië en West-Rusland, waar ze in rotsachtige gebieden broeden.

Tegenwind

Het zien van Beflijsters maakt tellers altijd enthousiast, omdat de soort niet bepaald algemeen is en de aantallen sterk per jaar verschillen. Begin deze week zorgde de vrij stevige zuidenwind ervoor dat lijsters, die massaal aankwamen in ons land, laag overvlogen. Bij deze tegenwind waren ze goed te tellen en werden er veel Beflijsters opgemerkt tussen massa vogels, die vooral uit Koperwieken bestond. Het zwaartepunt van hun trek lag in het oosten van het land (figuur 1). Op verschillende telposten werden meer dan 30 Beflijsters op één dag gezien en dat is uitzonderlijk voor het najaar. In totaal werden in drie dagen tijd 517 exemplaren geteld. In de afgelopen tien jaar kwamen zo’n geconcentreerde en flinke piek niet voor.

Oostelijk in het najaar

De trek in het najaar verloopt anders dan in het voorjaar, wanneer de meeste Beflijsters juist langs de kust worden gezien. In oktober ligt het zwaartepunt duidelijk op het zuidoosten van het land. De meeste Beflijsters trekken dan ook ten oosten van ons land door in het najaar en vliegen vanuit Scandinavië recht naar het zuiden. Een ander verschil met het voorjaar is dat ze dan vaak wat enkele dagen blijven pleisteren, terwijl ze in het najaar nauwelijks blijven hangen. Maar wie ineens een luidruchtig ‘tak’ of een vreemde ratel hoort vanuit de bomen, kan zomaar een Beflijster treffen die heel even bijkomt.