In de eerste jaren was de trend van de Huismus stabiel in MUS. Recent zien we een gestage afname | Foto: Harvey van Diek.

Twaalf jaar MUS; veel soorten in de min

We hebben een dozijn jaren MUS volgemaakt waardoor de reeks steeds beter en betrouwbaarder wordt. Ook in 2018 was er weer een toename in de deelname. Wat betreft het weer was het een opvallend jaar. Een groot aantal vogelsoorten van dorp en stad neemt af.

Door: Jan Schoppers

 

Trend twaalf jaar

Het aantal soorten waar we een trend van hebben neemt nog steeds toe en staat in 2018 op 84. Vanaf de start van het project in 2007 laten 7 soorten een sterke afname zien, 33 een lichte afname en 19 zijn stabiel. Maar 18 soorten hebben een lichte toename en 7 een sterke toename. Daarmee zien we een negatieve balans voor de vogels die in dorpen en steden broeden. Op https://www.sovon.nl/nl/MUS staan de landelijke trends voor 2007-18.

Figuur 1. Aantalsontwikkeling, index met ( ) trend, van Stadsduif, Gierzwaluw, Kauw, Spreeuw en Huismus in MUS 2007-18.

 

Huizenbroeders

Een vijftal algemene soorten is voornamelijk afhankelijk voor het broeden van huizen en gebouwen (figuur 1).  De Stadsduif laat een lichte afname zien. In diverse steden wordt van de soort overlast ervaren en ontmoedigt men het voeren van de soort. Daarnaast is de Slechtvalk toegenomen, een belangrijke predator. Opvallend zijn de stabiele aantallen van de Gierzwaluw met in de recente jaren zelfs een lichte toename. In de eerste jaren zijn de verschillen tussen de jaren groter dan recent. Het kan zijn dat naast de laag ook de hoogvliegende vogels tellen de eerste jaren nog onwennig was voor MUS-tellers. Het aanbrengen van neststenen krijgt tegenwoordig meer aandacht maar het onduidelijk is of dat de oorzaak van de stabiele aantallen is. Een aanzienlijk deel van de Kauwen broedt in dorpen en steden, waarbij dat aandeel in Laag-Nederland hoger is dan in Hoog. In MUS is het de meest getelde soort. Na in de eerste jaren een lichte toename zijn de aantallen vanaf 2011 stabiel. De Spreeuw zit in zwaar weer. Vanaf de start van MUS is er een gestage afname vastgesteld en daar lijkt voorlopig geen kentering in te komen. Ongeveer 20% van de landelijke populatie broedt in urbaan gebied, maar ook daarbuiten ziet de ontwikkeling er niet positief uit. Net als de vorige soort heeft de grootste afname bij de Huismus zich afgespeeld in de vorige eeuw. In de eerste jaren van MUS leken de aantallen stabiel maar in de laatste vier jaar is er een geleidelijk afname ingezet met in 2018 de laagste waarde in twaalf jaar MUS. Het is voorlopig nog gissen naar de oorzaak. In het te verschijnen broedvogelrapport van 2017 wordt de soort uitgebreid doorgelicht.

Wat brengt 2019?

De droogteperiode van 2018 duurde lang en ook in de eerste maanden van dit jaar is het weer aan de droge kant. Hoe zal dat uitpakken voor de vogels van dorp en stad en wat voor een voorjaar krijgen we?  Doe ook mee met MUS want overal zijn nieuwe tellers welkom. In een aantal regio’s zijn ze bijzonder welkom: Friesland, Groningen (buiten stad), Drenthe, Overijssel, Flevoland, Limburg, Noord-Brabant en Zeeland.