Geclaimde blokken voor de Vogelatlas in de Achterhoek

Tussenstand Vogelatlas in de Achterhoek

De tweede winterperiode van het Vogelatlasproject zit erop en we staan in de startblokken om te beginnen met het tweede broedvogelseizoen. Tijd om de tussenbalans op te maken en te kijken welke problemen er nog zijn in de Achterhoek.

Door Pim Leemreise, Atlas-coördinator Achterhoek

Op drie atlasblokken na zijn alle 68 blokken van het district 12 (Achterhoek) geclaimd door een flink aantal tellers.

Vacante blokken

De vacante blokken zijn 33-27, 33-28 & 33-38. Dit zijn zeker geen vervelende blokken. Zo ligt er een stukje IJsseluiterwaard en de Gorselsche Heide in 33-27. Blok 33-28 is de omgeving van Harfsen en in blok 33-38 ligt de omgeving van Almen met een deel van het Groote Veld.

We hopen dat deze blokken in de komende maanden nog door een teller opgepakt worden, zodat alle blokken zijn geclaimd. Uiteraard gaan we er van uit dat iedereen die een blok geclaimd heeft, ook daadwerkelijk de tellingen uitvoert en vervolgens invoert op de atlassite. 

Invoeren

Van een groot aantal blokken kunnen we zien dat er gestart is met het telwerk en een aantal blokken zijn al gereed. We zullen de tellers van de blokken die na het broedseizoen 2014 nog niets gedaan hebben, benaderen om scherp te krijgen of ze het alsnog gaan tellen of niet.

Tellers die nu al weten dat ze wel een blok geclaimd hebben, maar er om welke reden dan ook niet aan toe komen, verzoeken we met klem om deze blokken te ‘ontclaimen’ zodat we ze vroeg mogelijk kunnen beginnen met het zoeken naar nieuwe tellers. Deze ‘strenge toon’ hoor ik als coördinator af en toe aan te slaan, maar ik heb er alle vertrouwen in dat we in ons district een puike prestatie gaan leveren met fraaie resultaten.

Broedcode

Bij het invoeren van de schatting van het aantal territoria dient men de hoogste broedcode aan te geven. We zien nogal eens dat broedcode 1 of 2 wordt ingevoerd; zelfs bij algemene soorten waarvan het zeer aannemelijk is dat deze er gewoon broedt, zoals bij een Zwartkop of Merel. Met een beetje moeite kan van de meeste soorten minimaal broedcode 4 ingevuld worden (2 waarnemingen > 10 dagen uit elkaar) of zelfs 12 (jongen) of 16 (nest met jongen).

Lastig wordt het bij het invoeren van zeldzame soorten die slechts éénmaal zijn waargenomen. Deze waarnemingen zijn onvoldoende om te spreken van een territorium bij een (‘normale’)broedvogelkartering (BMP) of het LSB-project, maar kunnen wel ingevoerd worden als broedcode 1 of 2. 

Ik wil iedereen vragen om voorzichtig te zijn met het invoeren van zeldzame brodvogels met een zeer lage broedcodes om zo ‘vervuiling’ van de database met zingende doortrekkers te voorkomen. Zo zijn er nog al wat Sijzen, Oeverlopers, Paapjes en Tapuiten als ‘broedvogel’ met een lage broedcode ingevoerd. Persoonlijk lijkt het me bij dergelijke zeldzaamheden zinvol om gericht vervolgbezoeken af te leggen om meer zekerheid te verkrijgen over de status. Als die mogelijkheid er niet is, en er is slechts de minimaal verplichte inspanning geleverd (2 bezoeken in het voorjaar), dan zou het soelaas kunnen bieden. 

Op zoek naar leuke soorten

De afgelopen weken waren tal van soorten al goed in kaart te brengen zoals Grote Lijster, Boomklever, Glanskop, Bosuil en Patrijs. De eerste lichting Roodborsttapuiten is ook gearriveerd en deze zullen naar verwachting begin april op de eieren zitten. Zolang het blad nog niet aan de bomen zit, is het eenvoudig om nesten te zoeken van Roek, Blauwe Reiger en roofvogels.

Ik kan iedereen adviseren om eens in de avondschemering te posten in het veld om te horen of er nog Patrijzen of uilen roepen of dat er nog een baltsende Houtsnip voorbij vliegt.

Lastiger wordt het met soorten als Middelste Bonte Specht en Kortsnavelboomkruiper. Beide soorten kunnen in het hele district voorkomen, zoals in omgeving van Winterswijk, Montferland, Ruurlo, Vorden, Lochem en Gorssel. Ga eens op stap met een geluidsdrager en speel het geluid  af op een mogelijk geschikte plek, maar doe dat vooral met de nodige zorgvuldigheid. Onnodig en veelvuldig tapen is uit den boze.

Er zijn zo al verschillende zeer verrassende vondsten gedaan. Je moet soms wat moeite doen om de geïsoleerde territoria op te sporen! Watervogels zullen het naar verwachting goed doen en het is daarom raadzaam om nog eens rond te gaan in de broedvogelblokken die in 2013 geteld zijn; mogelijk zijn een aantal soorten talrijker dan het afgelopen jaar (IJsvogel ?). Nieuwe schattingen kunnen gewoon toegevoegd worden in het huidige jaar.

Verspeiding IJsvogel in de Achterhoek, 2010-2012
Verspreiding van de IJsvogel 2010-2012 in de Achterhoek

 

Resultaten tot nu toe; Wintervogels (twee telperiodes)

In totaal zijn 136 verschillende soorten waargenomen en ingevoerd voor de winterperiode en daar komen naar verwachting nog wel enkele soorten bij. Alle bijzonderheden die via waarneming.nl worden ingevoerd, worden toegevoegd aan het atlaswerk. Zo zal de Bruine Klauwier uit het Azewijnse Broek ook nog worden toegevoegd.

Enkele zeldzame soorten die ingevoerd zijn, zijn Kleine Zwaan, Roodhalsgans,  Krooneend, Topper, Kanoet, Tureluur, Pontische Meeuw, Bonte Kraai en Frater; allen met één waarneming en één exemplaar. Er zijn slechts zes Ransuilen ingevoerd (één waarneming); dat moeten er toch meer moeten zijn ? 

De Middelste Bonte Specht doet het een stuk beter met 29 exemplaren en wat te denken van 40 waargenomen Kleine Bonte Spechten! Hulde, wat die zijn soms lastig in beeld te krijgen. Overigens wordt er in de lijst van waargenomen soorten geen onderscheid gemaakt in soorten die verbondenheid met het gebied vertonen en overtrekkers zoals de waargenomen Kraanvogels.

Broedvogels (één telperiode)

Niet minder dan 147 verschillende vogelsoorten zijn ingevoerd op basis van het uitgevoerde telwerk in 2013. In de lijst staan alle waargenomen soorten vermeld tijdens de vijfminutentelling, dus ook overvliegende soorten en soorten zonder territoriumindicerend gedrag.

Enkele leuke waargenomen soorten tijdens het atlaswerk zijn Zwarte Ooievaar, Magelhaengans, Kwartelkoning, Watersnip, Hop, Blauwborst, Kortsnavelboomkruiper, Grauwe Klauwier en Keep. Ook de vijf waarnemingen van Europese Kanarie zijn het vermelden waard.

Gouden grid

Een lijstje van zeldzame- en bijzondere soorten is leuk, maar van deze soorten hebben we dankzij het team waarnemers in de Achterhoek al wel een redelijk goed beeld. De belangrijkste bijdrage aan het Atlaswerk zijn de vijfminutentellingen in het gouden grid en het opstellen van een zo volledig mogelijke soortenlijst per Atlasblok. Zit die Bosrietzanger, Sprinkhaanzanger, Braamsluiper en Veldleeuwerik nu wel of niet in mijn blok? 

Met het gouden grid verzamelen we informatie over verspreiding en dichtheden van meer alledaagse soorten en hebben gezien hoe snel sommige soorten opkomen en verdwijnen. Daarom ook deze atlas. Zo hebben we weer een actueel beeld van onze vogelstand.

Samen op pad

Ik zal de laatste zijn die zal zeggen dat de tijdbesteding voor de nieuwe vogelatlas een peulenschil is. Om een blok goed te tellen met de geldende telsystematiek, wordt er best wat gevraagd van de tellers. Denk er daarom eens over na om samen met anderen gezamenlijk een blok te tellen of om een blok te delen met één of meerdere tellers. Maak onderling een verdeling van de kilometerhokken of organiseer telexcursies waarbij op één dag meerdere mensen gezamenlijk een blok tellen. Dit stimuleert enorm en is vaak erg gezellig.

Tenslotte

We zijn halverwege het project en het is nog te vroeg om een balans op te maken, maar als ik naar de ingevoerde resultaten en het aantal onderzochte blokken kijk, dan mogen we concluderen dat we goed op weg zijn om de Achterhoek goed en volledig te onderzoeken. Ik heb er ook alle vertrouwen in dat de drie vacante blokken voor de laatste winterperiode door een teller opgepakt worden!

Ik wens de atlastellers een fijne en mooie broedvogeltelperiode toe en we spreken elkaar nog!  Mochten er mensen vragen hebben, bel of e-mail me gerust!

Pim Leemreise, Atlas-coördinator Achterhoek
ADCAchterhoek@sovon.nl