Middelste Bonte Specht, Egheria, Losser. Foto: Jan Meijerink

Tijd voor Mibo’s!

De eerste Middelste Bonte Spechten in Twente zijn al weer gehoord en gezien. Door de zachte weersomstandigheden tot nu toe is de roepactiviteit nu al bijzonder hoog. Gaan we dit jaar in Twente het record van 175 Mibo’s verbeteren?

Door Ben Hulsebos, Districtscoördinator Sovon-Twente

Iedereen kan meehelpen

Alle vogelaars in Twente kunnen hun steentje bijdragen om aan het Mibo-onderzoek mee te doen. Na een waarneming van een Mibo is het voldoende deze op Waarneming.nl te melden. Vergeet daarbij niet de knop 'gedrag' te gebruiken om aan te geven of de vogel roepend of baltsend/zingend was. Ook een paartje in broedbiotoop levert een geldige waarneming op. De datumgrens is 1 maart-20 juni. Je kunt je losse meldingen uiteraard ook doorgeven via de Sovon-website, onder Broedvogels > Losse melding. Wel eerst inloggen.

Hoe tel je Middelste Bonte Spechten?

Een eenmalige waarneming is voldoende als de vogel vocale activiteiten ontplooit of als er een paartje is gezien. Nestindicerende waarnemingen zijn altijd geldig. Niet-roepende individuen moeten twee keer tussen de andere datumgrenzen 15 april-20 juni worden waargenomen met tenminste 10 dagen tussen de beide waarnemingen. De beste inventarisatietijd is van begin maart tot en met de eerste week van april. Daarna heeft alleen het zoeken naar nesten nog zin. Het om de 200 m niet te hard afspelen van het Mibo-geluid in kansrijke bossen levert de beste resultaten op. Zoals altijd bij geluidsnabootsingen moet hier de nodige voorzichtigheid betracht worden. Bovendien moet het geluid direct uit als de vogel reageert. Vooral solitaire paartjes kunnen zich zeer stil houden en roepen bijna niet spontaan. In bossen met hoge dichtheden is het meestal niet nodig om geluid te gebruiken, want daar roepen op mooie dagen de Mibo’s al uit zichzelf. De fusieafstand is 500m, d.w.z. dat niet-uitsluitende waarnemingen binnen deze afstand niet tot een extra territorium leiden, maar samenvallen met de eerste waarneming.

Waar tellen?

Welke bossen komen voor onderzoek in aanmerking? Dat zijn in de eerste plaats oude loofbossen, die minstens 75-80 jaar oud zijn en waarvan de hoofdboomsoort uit eiken bestaat. Een deel van het bos moet dan nog uit kwijnende eiken bestaan, aangetast door de eikenprachtkever. Vooral landgoedachtige, parkachtige bossen in enigszins geaccidenteerd terrein scoren het best.
Eventuele vergunningen voor betreding van de bossen dienen tellers zelf te verzorgen. In veel bossen kan er echter gewoon via het padenstelsel geïnventariseerd worden en is een vergunning niet nodig. Ik hoop dat vele tellers op pad willen gaan voor dit interessante onderzoek. De verwachting is dat we met de nodige inspanningen tussen de 175 en 200 Middelste Bonte Spechten in Twente zouden kunnen traceren. Veel telplezier.

Contact

Ben Hulsebos, benhulsebos@home.nl