Grauwe Vliegenvanger, vaak open en bloot zittend tijdens de jacht. Foto: Ran Schols

Tijd van de piepjes

Eind juni, in het bos is de tijd van de piepjes weer aangebroken. Jonge Boomkruipers, Winterkoningen, Roodborsten; noem maar op: allemaal met een zacht piepend roepje. Voor broedvogeltellers een crime, want die moet daar de Grauwe Vliegenvanger tussenuit zeven.

Dat valt om twee redenen niet mee. Grauwe Vliegenvangers zingen weinig en maken onopvallende, zachte geluiden die bedrieglijk veel op die van allerlei jonge vogels lijken. De roepjes zijn echter raspender, met vaak een kenmerkend 'klikje' aan het eind. Kijk hier voor een verzameling geluiden.

Afnemende broedvogel

De tweede reden stemt treurig. Grauwe Vliegenvangers nemen als broedvogel sterk af. In een kwart eeuw tijd zijn we minstens 40% kwijtgeraakt (trendinformatie op soortenpagina). De voorlopige kaarten van de nieuwe Vogelatlas laten akelig veel lege plekken zien, zowel op de zandgronden als in Laag-Nederland.

En niet alleen bij ons

Die sterke afname doet zich ook gevoelen in bijvoorbeeld Groot-Brittannië en Duitsland. De afnames doen zich er, net als bij ons, in allerlei landschapstypen voor, van bos tot boerenland en bebouwing. Serieuze problemen voor de Grauwe Vliegenvanger dus!

Eerstejaars hebben het moeilijk

Britse onderzoekers bekeken of de afname te maken heeft met verminderde broedresultaten, wat echter niet het geval is. De afname wordt vooral veroorzaakt door toegenomen sterfte van eerstejaars vogels. Het is nog onduidelijk of die sterfte optreedt in het broedgebied, kort na het uitvliegen, of tijdens de trek en overwintering. Ook dan is de soort namelijk kwetsbaar: geringe vetreserves (en dus niet in staat hele grote afstanden in één keer af te leggen), overwintering in tropisch Afrika (ontbossing...) en belangrijke opvet-tussenstops in de Sahel (gevoelig voor droogte).