Nestjong tijdens het ringen. Foto: Peter Eekelder

Texelse Tapuiten onder de loep

In 2016 onderzocht Sovon voor het eerst de kleine broedpopulatie Tapuiten op Texel. De nesten van Tapuiten werden gevolgd en 73 nestjongen werden geringd. Dat levert interessante inzichten over de kwijnende populatie op. In 2017 gaat het onderzoek verder.

In de Eierlandse duinen van Texel broedt nog steeds een kleine populatie Tapuiten: in 2016 werden er 30 paartjes vastgesteld en gevolgd. Om na te gaan hoe het de Texelse Tapuiten vergaat, deden Frank Majoor en Chris van Turnhout nestonderzoek in opdracht van Staatsbosbeheer. De resultaten zijn in het rapport 'Tapuiten in de Eierlandse Duinen op Texel in 2016' na te lezen en op dit blog van boswachter Erik van der Spek te zien.

Nesten gevolgd

De onderzoekers gingen na hoeveel territoriale Tapuiten een nest hadden, hoe succesvol dat nest was en of er sprake was van predatie door bijvoorbeeld huiskatten. Wat vonden ze?

  • Van de 30 paren werden er 29 nesten gevonden.
  • Van alle gevolgde legsels waren er 26 succesvol: minimaal 1 jong groot.
  • Geen van de nesten werd gepredeerd; o.a. huiskatten vormden dit seizoen dus geen probleem.
  • Het aantal vliegvlugge jongen per vrouwtje was 3,3 en vergelijkbaar met het aantal in de Noordduinen bij Den Helder (3,4).
  • 73 nestjongen en 18 volwassen vogels werden gekleurringd (aflezingen doorgeven aan Frank Majoor)

Onze laatste tapuitenbolwerken

We moeten zuinig zijn op onze laatste broedende Tapuiten. Broedvogelonderzoek leverde in 2015 een schatting van slechts 270-310 paren op. Die zitten bijna allemaal in het noorden van het land. De laatste bolwerken zijn de Noordduinen/Pettemerduinen in Noord-Holland, de duinen van Texel en het Drents-Friese Wold.

Sinds 2007 doet Sovon nest- en ringonderzoek naar Tapuiten in de Noord-Hollandse duinen.