De Brandgans werd (weer) het meest geteld tijdens de Midwintertelling | Foto: Harvey van Diek

Terugblik op de Midwintertelling van 2020

Bij de telling van januari 2020 werden meer dan 5.485.000 vogels geteld. Vanaf 2011 ligt het totaal aantal getelde vogels steeds boven de 5 miljoen en meestal zelfs rond de 5,5 miljoen. De telling van 2019 kende een licht dipje (net iets meer dan 5 miljoen vogels), maar in januari 2020 lag het totaal weer (ietsje) boven het gemiddelde niveau van 5,43 miljoen.

Door: Menno Hornman en Erik van Winden

 

Nederland levert binnen de internationale midwintertelling steevast een van de grootste landelijke totalen op. De top drie van meeste getelde vogels is al jaren hetzelfde: Brandgans (731.000), Kolgans (669.000) en Smient (622.000). Een jaar geleden wisselden Kolgans en Brandgans wel stuivertje, waarbij Brandgans de eerste plaats veroverde. De aantallen Kolganzen zijn inmiddels duidelijk op hun retour. Dat zien we ook in de langjarige trend die uit de maandelijkse tellingen van het Meetnet Watervogels voortkomt. En hoewel de toename van Brandganzen inmiddels afvlakt, nam deze soort langer toe dan de Kolgans en is het nu de talrijkste watervogel midden in de winter. Overigens bedraagt de som van het aantal ganzen en zwanen ongeveer 2 miljoen en dat totaal blijft al sinds januari 2010 stabiel.

Bij de telling van 2020 waren weer wat soorten die in positieve of juist in negatieve zin opvielen. Geen winter is immers hetzelfde! Positieve uitschieters waren: Witbuikrotgans (70; goed broedseizoen gehad), Dwerggans (67; effect van nieuwe uitzettingen in Zweden), Grote Zilverreiger, Blauwe Reiger, Blauwe Kiekendief, Frater, IJsgors en Sneeuwgors. Het hoogste getelde aantal ooit hadden de Grote Canadese Gans, Nijlgans, Krakeend, Grote Zilverreiger (door muizen?), Ooievaar (730) en IJsgors (200). Veel van deze soorten zitten al lang in de lift en tonen zowel op de korte als lange termijn een positieve trend. De aantallen van de kwelderzangvogels schommelen doorgaans flink tussen de verschillende winters. 2020 bleek een piekjaar voor drie van de vier soorten (Frater, IJsgors en Sneeuwgors). Er waren ook verliezers, waarvan de meeste al een negatieve trend tonen. De Kleine Zwaan, Kleine Rietgans, Eider (maar telling is nog niet helemaal volledig) vielen op, naast het Nonnetje en de Grote Zaagbek. Van de laatste twee soorten moeten we ver graven voordat we dergelijke lage aantallen tegenkomen.

Figuur 1. Totaal aantal bij de midwintertelling 1976-2020 getelde vogels, uitgesplitst naar soortgroepen.