Tijdens je telling in de app Avimap kun je op de timer linksboven klikken en je route zien.

Tellen voor LiveAtlas.. wat zijn de mogelijkheden?

Regelmatig krijgen we als team LiveAtlas vragen over het nieuwe project. Waaronder ook de vraag wat nu de beste manier van tellen is. Wat dat betreft is er meer vrijheid dan bij onze andere telprojecten. Daarom licht ik de mogelijkheden graag toe aan de hand van een dag 'LiveAtlassen' op 15 februari in de Biesbosch. Een verslag van drie lijstjes met opmerkingen over de aanpak.

Door Albert de Jong, team LiveAtlas

 

Het eerste lijstje: er zingt al veel

8.38 – 9.15 | 33 soorten | 4km/u

In alle vroegte peddel ik de Bevertkreek op, een door riet en wilgenbos omzoomde watergang in de Biesbosch. Voor me in de kano ligt mijn telefoon met de gestarte telling. Ik heb de variant Complete lijst, variabele tijd & dekking geselecteerd, omdat ik verwacht dat het eerste deel van mijn tocht door meerdere kilometerhokken loopt. Qua snelheid is kanoën vergelijkbaar met wandelen en dus vind ik het wel verantwoord om een lijstje met alle soorten bij te houden. (Op de fiets tel ik niet, je gaat te snel en het is gevaarlijk).

 'Op de fiets tel ik niet, je gaat te snel en het is gevaarlijk.'

Ondertussen noteer ik van elke soort het aantal. Dat is behoorlijk aanpoten, want op deze zonnige ochtend zingen er al veel Winterkoninkjes, mezen en Cetti’s Zangers om me heen. De exacte locaties teken in niet in, tenzij het om een bijzondere waarneming gaat, zoals de kekkerende Havik op zijn broedlocatie. De groep Grauwe Ganzen die ik alleen vanachter het riet kan horen is niet te tellen: die zet ik op aanwezig. Na dik een halfuur sluit ik de telling af; want routes waarvan het zwaartepunt in één km-hok ligt hebben de voorkeur. Twee of drie hokken in maximaal 75 minuten kan ook nog wel. 

Het tweede lijstje: MiBo!

9.45 – 10.06 | 10 soorten | 2 km/u

Een half uur na het eerste lijstje vaar ik door het Buitenkooigat. Het oude, doorgeschoten wilgengriend links van me ziet er verlokkelijk uit. ’s Winters kun je er nog redelijk doorheen klauteren. ’s Zomers is er vanwege de ondergroei en omgevallen bomen bijna geen doorkomen aan. Ik besluit er voor het eerst eens goed in te gaan en een heel kilometerhok te gaan afzoeken: Complete uurlijst in heel km-hok. Deze variant is het meest waardevol, omdat hij het beste herhaalbaar is vanwege de precies afgebakende tijdsduur en het oppervlak. Vol goede zin stap ik het bos in om de dichtheid van Winterkoninkjes (heel hoog hier!) en Boomklevers eens na te gaan. Al snel dient ook een Kleine Bonte Specht zich aan (filmpje). Plots, en ik verstijf in mijn laarzen, hoor ik schuin boven me de onmiskenbare, ‘gaaiende’ roep van een Middelste Bonte Specht (MiBo). Met de wetenschap dat er maar twee goed gedocumenteerde waarnemingen in de Biesbosch zijn, grijp ik naar mijn camera om de vogel vast te leggen. Zeker tien minuten lang vergeet ik de rest om de specht te kunnen volgen. Ik besluit daarna het lijstje af te sluiten (want ik onderbrak mijn uurtelling best lang) en deze op Incomplete lijst te zetten. 

'Zeker tien minuten lang vergeet ik de rest om de specht te kunnen volgen.'

Het derde lijstje: toch nog een kilometerhok

12.37 – 13.37 | 35+1 soorten | 3,5 km/u

Na dik twee uur kanoën kom ik in een kilometerhok aan dat ik voor de Vogelatlas heb geteld: polder Kwestieus. De twee habitats in dit hok (44-24-41) zijn in één uur tijd goed te doorkruisen. Een deel bestaat uit natuurontwikkelingspolders, een ander stuk is wilgenvloedbos met een kreekje erdoor. Ik selecteer de uurvariant en zie al snel een groepje van tien reeën lopen. Mooi, want zoogdieren tel ik ook mee. (Die gegevens kunnen we in de toekomst doorgeven aan de Zoogdiervereniging). Op een oud pad in de polder tref ik een groepje van zeven schuifelende Rietgorzen aan. Geinig, want ook tijdens de vogelatlastellingen bleek die hier al een aardig algemene overwinteraar te zijn. Niks veranderd in die paar jaar, hoewel ik toen nog geen overwinterende jonge Zeearend in dit hok zag. Met een afsluitend kwartiertje in de kano pak ik ook de Merel en Boomklever in het wilgenbos nog mee en is de uurtelling klaar. De oogst: 35 vogelsoorten en 1 zoogdiersoort.

'Niks veranderd in die paar jaar, hoewel ik toen nog geen overwinterende jonge Zeearend zag.'

Het adagium: alle soorten turven

Het adagium bij deze drie tellingen bleef: alle soorten turven. Dat ik één telling afbrak was niet zo erg. Dat de route van mijn variabele telling me ook nog door twee andere km-hokken dan de geselecteerde voerde ook niet. De mooiste telling was echter de laatste, omdat die gegevens één op één met die uit de Vogelatlas zijn te vergelijken. De andere complete telling was vooral goed voor het landelijke jaarpatroon per soort.