Uitvliegende Kolganzen | Olaf Klaassen

Stormachtige eerste Slaapplaatstelling

In november stond de eerste slaapplaatstelling van ganzen en zwanen van dit seizoen op het programma. Voor sommige telgroepen was het het vijfde jaar op rij.

Door Olaf Klaassen, coördinator Slaapplaatstellingen

Herfstig weer tijdens telweekend

De herfsttelling, zo noemen we de eerste ganzenslaapplaatstelling van het seizoen. En herfstig was het!

Uitgerekend tijdens het telweekend raasde er een ouderwetse storm over ons land. Toch heeft het veel waarnemers er niet van weerhouden om op pad te gaan. Met name de telgroepen die enkele grote gebieden onder handen namen verdienen een pluim. Een solitaire waarnemer kan zijn telling nog een dag doorschuiven, maar zo’n telgroep prikt een ochtend en dan moet het gebeuren, weer of geen weer. 

Telgroepen actief in grote gebieden

Vanaf 2012 zijn speciale telgroepen opgericht om in paar grote en onoverzichtelijke gebieden gezamenlijk de aantallen overnachtende ganzen te tellen. Op een teldag staan dan - afhankelijk van de grootte van het gebied - zo’n 10-30 mensen tegelijkertijd in het donker rondom het gebied geposteerd. Op plekken waar veel ganzen worden verwacht staan twee waarnemers: iemand telt en iemand schrijft. De meeste ganzen vliegen uit rond zonsopgang, maar bij een heldere nacht kan dat een half uur eerder zijn.

Vijfde jaar op rij

Dit seizoen is alweer het vijfde jaar op rij dat op deze manier de Biesbosch, Oostvaardersplassen, Wieden en Fochteloerveen zijn geteld. We hebben wat resultaten afgezet tegen het gemiddelde van eerdere jaren (zie onderstaande tabel).

Het is duidelijk dat de vette aantallen Kolganzen nog ontbraken in de Oostvaardersplassen. Vaak is januari een betere maand voor die soort, al werden in de andere gebieden al wel mooie aantallen Kolganzen geteld.

Ook Brandganzen zitten overduidelijk nog in de noordelijke regio’s. Een slaapplaatstelling in het Lauwersmeer liet zien dat er nog wel wat in het vat zit (45.764!). Grauwe Ganzen waren in de meeste gebieden goed vertegenwoordigd, in de Biesbosch zelfs met een record.

Van de vier genoemde gebieden is alleen Fochteloerveen van enige betekenis voor Toendrarietganzen. De ongeveer 5500 waren een gemiddeld aantal maar een grote gemengde groep Kol- en Toendrarietganzen (7600) kon moeilijk op soort worden gebracht en is voorlopig uitgesplitst op basis van de wel gedetermineerde ganzen.

Kleine Zwanen ontbraken nagenoeg, maar dat is niet verwonderlijk omdat het gros van de in ons land aanwezige Kleine Zwanen tijdens de telling op de Veluwerandmeren zat (>4600!). Elders in het land werden toch ook nog aardige groepen geteld (Bargerveen 151, Markiezaatsmeer-Oost 87, Vloeivelden Krim 78).

Tabel: Aantallen van ganzen en zwanen op slaapplaatsen in enkele grote Natura 2000-gebieden op 19 november 2016 (voorlopige aantallen), afgezet tegen gemiddelden van 2012 t/m 2014 (gemiddelde maxima, dus inclusief januaritellingen).

 

In januari nog een keer

In januari volgt nog een herkansing: 7 januari 2017 (telperiode 31 december - 15 januari). Het leuke is dat deze telling, die hooguit twee uur duurt, in één klap enorm veel informatie van een groot gebied oplevert.

Als je ook een ganzenslaapplaats wilt tellen kun je op onze website zien of er nog vacante gebieden zijn. Maar een mailtje of telefoontje naar Slaapplaatscoördinator Olaf Klaassen is natuurlijk ook mogelijk. Ook losse tellingen buiten de telperiodes zijn welkom, omdat ze van betekenis zijn op gebiedsniveau. Het is dus altijd zinvol om een niet uitgevoerde telling later in te halen.