Oplettende vogelaars kunnen zo'n kunstig staartmezennest tegenkomen en een hoge broedcode (BMP) noteren. Foto: Fred Hustings

Stilaan minder Staartmezen

De Staartmees is zo’n soort waarbij sommige vogelaars het woord ‘schattig’ in de mond nemen. Sociale beestjes zijn het in ieder geval. In de winter blijven de ouders met hun jongen als groep bij elkaar, soms aangevuld met naaste familieleden die hebben geholpen bij het grootbrengen van de jongen. Zulke helpers (doorgaans mannen die hun broer ontlasten) verloren hun eigen nest en zijn kennelijk niet te beroerd om bij te springen.

Door Albert de Jong, verschenen in Sovon-Nieuws

Een staartmezennest kan zich in dichte struiken laag bij de grond bevinden, maar net zo goed hoog in een dennenboom. In april zijn druk roepende Staartmezen met veertjes en stukjes mos in het fijne snaveltje de aanwijzing voor de nabijheid van een kunstig nest in aanbouw. In mei of juni kun je beide ouders voedselvluchten naar het nest zien maken.

Staartmees in vlucht. Foto: Harvey van Diek

Staartmees in vlucht. Zelden alleen, vrijwel altijd als paar optrekkend in april-juni. Foto: Harvey van Diek

Stilaan minder Staartmezen

Broedvogeltellers zien echter steeds minder Staartmezen die zulk gedrag vertonen. De soort breidde zijn broedareaal in de afgelopen veertig jaar uit naar Noord- en West-Nederland. Toch ging dat niet gepaard met een landelijke toename in broedvogelaantallen. Integendeel: sinds 1990 halveerden de aantallen bijna in de BMP-telgebieden. Vooral op de hoge zandgronden is er een afname. In steden en dorpen zien MUS-tellers ook iets minder Staartmezen.

Gissen naar oorzaken

Het is vooralsnog gissen naar duidelijke oorzaken van deze teruggang, die zich ook voordoet in Noordwest-Duitsland en Frankrijk. In de bebouwde kom worden er steeds meer struiken vervangen voor tegels en gazon en verdwijnt er dus broedhabitat. Maar waarom verdwijnt de Staartmees stilaan uit het buitengebied?