Steltkluut, vrouwtje. Foto: Harvey van Diek

Steltkluten hadden in 2017 een recordjaar

Steltkluten broeden sinds 1980 vrijwel jaarlijks in ons land. Vorig jaar gebeurde dat in een recordaantal.

In de meeste jaren gaat het om enkele paren tot een tiental, soms echter om beduidend meer. Tot nu toe was het jaar 2000 het beste, met 31 paren. In 2017 waren het er nog een stuk meer, namelijk 45. Op enkele plaatsen kwamen 'kolonies' voor waar zo'n 10-15 paren op relatief korte afstand van elkaar nestelden. Op Drenthe en Limburg na waren alle provincies bezet.

Relatie met Zuid-Europese regens

Er bestaat een duidelijke relatie tussen het broedvoorkomen in ons land en de neerslag in Zuidwest-Europa. Is het op het Iberisch Schiereiland droog in het voorjaar, dan komen er aanzienlijk meer Steltkluten naar ons land dan in een natte lente. Blijkbaar zwerft een deel van de Steltkluten dan uit op zoek naar broedgelegenheid. Wat dat betreft komt het recordaantal in 2017 - kurkdroog in Zuidwest-Europa, we herinneren ons de vreselijke bosbranden in Portugal - niet als een verrassing.

Minder in 2018

Dit jaar een heel ander weerbeeld. Terwijl Nederland in april en vooral mei-juni opvallend hoge temperaturen kende, met alleen regionaal veel neerslag, was het in het zuiden naatje pet. Vakantiegangers klaagden over wekenlange regens en bewolking, maar Steltkluten vonden er prima broedomstandigheden. Het jaar 2018 gaat dus geen herhaling van zetten betekenen, maar er hebben wel weer de nodige Steltkluten in ons land gebroed. Aan het eind van het seizoen zullen we weten hoeveel precies.

Lezen

Een artikel over de broedgevallen in 2017 verscheen in het tweede nummer van Sovon-Nieuws van dit jaar. Kijk op de soortpagina voor meer berichten en artikelen.