Groep Spreeuwen boven een recent gemaaid grasland. Foto: Albert de Jong

Spreeuw en verdroging

Uit recent, Brits onderzoek blijkt dat Spreeuwen te lijden hebben van de verdroging van de bodem. In droge grond zijn minder emelten te vinden, die het belangrijkste voedsel vormen. Spreeuwen willen een niet té natte en niet té droge bodem.

Het foerageergedrag van Spreeuwen werd in verschillende proefgebieden onderzocht. Wat bleek? Een niet al te natte of droge bodem is optimaal voor Spreeuwen. Daaruit weten ze de meeste emelten te peuteren. Deze larven van langpootmuggen vormen het belangrijkste voedsel van de Spreeuw. In té nat grasland verdwijnen de emelten uit de toplaag, terwijl ze in te droog land ook minder goed te vinden zijn.

Nat voorjaar, droge zomer

Opmerkelijk is dat Spreeuwen die foerageerden op heel natte of droge bodems, een hoger broedsucces bleken te hebben dan die in de buurt van 'gemiddelde bodems'. Maar het onderzoek daarnaar werd gedaan in een relatief droog voorjaar en op kleibodems. Mogelijk hebben die factoren de resultaten beïnvloed. Over een periode van 20 jaar bleek dat Spreeuwen het meest succesvol zijn in jaren met een nat voorjaar en een droge zomer.

Veranderingen

Vanaf de jaren 60 is het agrarische landschap in Europa sterk veranderd. Het gebruik van kunstmest en bestrijdingsmiddelen is sterk toegenomen. Naar verwachting zal de bodem steeds droger worden, als gevolg van de opwarming van de aarde. Waarschijnlijk is dat deze veranderingen de komende jaren van invloed zullen zijn op de Spreeuwenpopulatie. Het aantal broedende Spreeuwen in het Verenigd Koninkrijk zal volgens het onderzoek met 8 tot 20 procent af zijn genomen in 2080. Aangezien de omstandigheden in Nederland goed te vergelijken zijn, belooft deze voorspelling voor onze Spreeuwen ook niet veel goeds. Het blijft belangrijk om veranderingen in de leefomgeving van bodemvoedseleters als de Spreeuw onder de loep te nemen en de effecten ervan te meten. Daarvoor doen we een aanzet in het Jaar van de Spreeuw.