Foto: Wiegert Steen

Slaapplaatstelling ganzen- en zwanen met grote verschillen

In november stond de eerste slaapplaatstelling van ganzen en zwanen van dit seizoen op het programma. De weersomstandigheden zaten rond 21 november niet mee, maar desondanks zijn her en der flinke groepen geteld.

Door Olaf Klaassen, coördinator Slaapplaatstellingen

Herfstig weer

Het risico op slecht weer is bij de novembertelling altijd wat groter dan in andere maanden. Van mist hadden we ditmaal weinig last, maar regen en harde wind waren spelbreker op veel ochtenden, zeker tijdens het telweekend. Of het door de weersomstandigheden lag of niet, maar er lijkt wat minder geteld dan voorgaande jaren. Overigens zijn losse tellingen buiten de telperiodes ook altijd welkom, niet zozeer voor de landelijke totalen maar omdat ze van betekenis kunnen zijn op gebiedsniveau. Het is dus altijd zinvol om een niet uitgevoerde telling later in te halen.

Verschillen in gedrag

Het leuke van al die tellingen is dat we ook steeds meer te weten komen over het slaapplaatsgedrag van vogels, en hoe dat verschilt per soort. Op veel slaapplaatsen zijn meerdere soorten aanwezig, en als je een aantal jaren achtereen telt zijn er patronen te herkennen. Bijvoorbeeld dat Toendrarietganzen als eerste vertrekken, of dat elk soort zijn specifieke voorkeur heeft voor een slaapplek. Een teller in het Lauwersmeer had het hele scala aan ganzensoorten voor zich, en meldde ons dat de Rotganzen op open water dobberden, de Kolganzen de oevers prefereerden en de Brandganzen staand op de kwelders de nacht hadden doorgebracht. Maar ook per regio kunnen er verschillen zijn. Zo vlogen de Brandganzen in het Lauwersmeer ’s ochtends allemaal het gebied uit, terwijl ze in de Oostvaardersplassen juist en masse in het gebied bleven. Kennelijk biedt het gebied momenteel nog voldoende gunstige foerageermogelijkheden. De daar aanwezige Kolganzen vlogen overigens wel het gebied uit om daarbuiten te foerageren.

Verschillen in verspreiding

De ingevoerde tellingen zijn nog te summier om veel aan te ontlenen, maar enkele highlights laten zien dat voor elke soort de grootste groepen zich op zeer uiteenlopende plekken in het land bevonden: Brandgans in het noorden (17.850 Noard-Fryslân butendyks), Toendrarietgans (18.100 Bargerveen) en Wilde Zwaan (58 Vloeivelden Krim OV) in het oosten, Kolgans in het westen (16.100 Sliedrechtse Biesbosch) en Grauwe Gans in de delta (5100 Beninger slikken).

Volgende telling

De volgende telling is op 9 januari 2016 (telperiode 2 t/m 17 januari), maar zoals gezegd, elke losse telling is ook welkom, en alvast uitzoeken waar de ganzen precies slapen is zinvol voorwerk. Als je niet zeker weet of een slaapplaats al wordt geteld kun je kijken op de kaart van onze website-invoer, maar je kan ook altijd contact opnemen met Olaf Klaassen