Foto: Harvey van Diek

Reuzensterns weer in flinke aantallen

Augustus is bij uitstek de maand waarin je Reuzensterns in Nederland kunt tegenkomen. Vanuit de broedgebieden rondom de Oostzee trekken ze zuidwaarts naar West-Afrika. Hoeveel exemplaren van deze grootste stern ter wereld zijn er maximaal aanwezig in Nederland? Die vraag beantwoorden vogelaars die Reuzensterns op slaapplaatsen tellen. In 2015 lopen de aantallen weer flink op, tot maximaal 148 tegelijk (21 augustus).

Sinds 2007 coördineert Sovon elke nazomer een drietal slaapplaatstellingen om Reuzensterns te tellen. Vogelaars gaan gelijktijdig in de avondschemer naar gebieden waarvan bekend is dat er wel eens Reuzensterns komen slapen. Dat zijn zandbanken met uitzicht, waarop ze met hun poten in het water kunnen staan terwijl hun buik droog blijft. Jarenlang was alleen de Friese IJsselmeerkust goed om deze soort te tellen. Maar de laatste paar jaar vinden Reuzensterns ook nieuwe plekken en wisselen ze soms van stek. Vorig jaar werd er bijvoorbeeld voor het eerst een slaapplaats op de Engelsmanplaat geteld, waar waarschijnlijk vogels sliepen die voorheen in het Lauwersmeer zaten.

Toename

Uit de tellingen blijkt dat de aantallen Reuzensterns toenemen in Nederland. Tot 2012 werden er tussen de tachtig en honderd exemplaren gezien, maar sinds 2012 is het plafond van 100 exemplaren doorbroken. Op 30 augustus 2013 werd een record van 153 exemplaren geteld. En in deze nazomer wijzen de binnenkomende tellingen opnieuw op forse aantallen; in het weekend van 21 augustus werden er zeker 148 geteld. Ten opzichte van de jaren negentig is dat ongekend veel; toen sliepen er maximaal twintig tot veertig Reuzensterns tegelijk in Nederland. Duik je verder in de historie, dan blijkt de soort vóór de jaren vijftig een ware zeldzaamheid te zijn geweest. Dankzij een spectaculaire toename in de broedgebieden rondom de Oostzee, tussen pakweg 1950 en 1970, werden er ook steeds meer Reuzensterns in Nederland gezien.

Het gaat goed?

Meer Reuzensterns in Nederland, het gaat ze dus voor de wind? Dat is niet gezegd. De samenstelling van de slapende groepen ziet er niet zo best uit: veel volwassen vogels, weinig jongen. Hoewel de broedpopulatie rond de Oostzee stabiel is, brengen de sterns steeds minder jongen groot (pdf). Op termijn kan dat weer een afname gaan betekenen.