Wadvogelteller op de Banc d'Arguin, één van de belangrijkste gebieden voor wadvogels langs de flyway. Foto: Hans Schekkerman

Resultaten tweede Oost-Atlantische flywaytelling gepubliceerd

In januari 2017 werden wadvogels als de Wulp en Rosse Grutto opnieuw langs de hele Oost-Atlantische flyway (trekroute) geteld. Dat gebeurde in opdracht van het Programma naar een Rijke Waddenzee (PRW). Een nieuw overzicht van de resultaten laat zien dat flink wat vogelsoorten in de Waddenzee er niet goed voor staan. Ondanks beschermde status en het werelderfgoed-predicaat van UNESCO gaat het er slecht met veel soorten broedvogels. Sommige doortrekkende en overwinterende vogels, zoals Pijlstaart en Drieteenstrandloper, staan er echter beter voor.

In het lijvige rapport (hier te downloaden) zijn de resultaten van integrale tellingen uit 2017 en 2014 verwerkt en vergeleken met eerdere telresultaten. Daarnaast is er aandacht voor bedreigingen in de Oost-Atlantische kustgebieden die belangrijk zijn voor de getelde wadvogels. Dit zijn de hoofdlijnen:

  • Waddenzee blijft zwakke schakel voor broedvogels als Kluut, Bontbekplevier en Scholekster.
  • Merendeel doortrekkers en overwinteraars in de Waddenzee staat er iets beter voor dan in 2014. Echter zorgen om soorten als Eider, Smient en Bonte Strandloper.
  • Op flywayniveau laten verschillende arctische steltloperpopulaties een afname zien, vooral die in Siberië broeden.
  • Bedreigingen in gebieden langs flyway nu ook in kaart gebracht.
  • Monitoring van zowel populaties als leefgebieden zijn basis van beschermingswerk.

Populaties

36 van de 95 populaties die met de integrale tellingen worden gevolgd zijn soorten die in Waddenzee doortrekken of overwinteren. Voor negen soorten is de Waddenzee zelfs de belangrijkste pleisterplaats; onder andere voor de Rotgans, Kluut en Rosse Grutto. Hoe het leefgebied in de Waddenzee ervoor staat is van groot belang deze vogels. Het goede nieuws is dat het merendeel van de doortrekkers en overwinteraars er in de Waddenzee iets beter voorstaat dan tijdens de eerste  telling van 2014. Belangrijk is ook om te kijken hoe de aantalsontwikkelingen in dit gebied zich verhouden tot die elders langs de flyway. Acht winterpopulaties doen het slechter in de Waddenzee dan daarbuiten: o.a. die van Eider, Smient en Bonte Strandloper.

Kameroense tellers bij Sanaga met middenin Menno Hornman van Sovon. Foto: Jaap van der Waarde

Monitoring als basis

Deze informatie kon alleen op een rij gezet worden dankzij de ruim 1500 vogeltellers, die in 33 verschillende landen watervogels telden. Hun monitoringswerk vormt de basis voor goede informatie voor beleidsmakers en gebiedsbeheerders en bovenal voor adequate bescherming van de trekvogels langs de gehele route. Het blijft noodzakelijk om de aantallen vogels monitoren. Daarbij moet monitoring van de leefomgeving van vogels regulier onderdeel zijn van de systematiek.

De integrale telling 2017 is gecoördineerd  door Sovon, samen met Wetlands International en BirdLife international. Dit gebeurde in opdracht van Programma naar een Rijke Waddenzee (PRW) en  als onderdeel van het Wadden Sea Flyway Initiative (WSFI. Telling en rapportage is  mede mogelijk gemaakt door het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Life-IP Flyway, Vogelbescherming Nederland, Wereld Natuur Fonds, Common Wadden Sea Secretariat (CWSS), , MAVA foundation en de Nationale Parken Waddenzee van Denemarken, Niedersachsen en Sleswig Holstein.

Meer informatie

Lees hier een uitgebreid nieuwsbericht op de website van het Programma naar een Rijke Waddenzee.