Grote Canadese Gans | Harvey van Diek

Resultaten BMP–Zeldzame soorten 2013 in Twente

Binnen het BMP-project worden ook gegevens verzameld van een aantal zeldzame soorten. Districtscoördinator Ben Hulsebos heeft een overzicht samengesteld van alle Twentse zeldzame soorten. 

Ben Hulsebos, Districtscoördinator Sovon Twente

In de eerste plaats dank aan de vele tientallen waarnemers die zich hebben ingezet voor het onderzoek naar BMP-Z soorten (= Broedvogel Monitoring Project Zeldzame soorten) in Twente. Onderstaand overzicht is tot stand gekomen door gebruik te maken van diverse bronnen: gegevens van Natuurmonumenten, Staatsbosbeheer, de resultaten van het onderzoek van het BMP-Z Telgebied Losser en vanuit het Beekvogelproject met vele vaste Z-telgebieden langs de Twentse beken. Er zijn eveneens enkele territoria uit het Atlasproject toegevoegd. De steenuilenwerkgroepen gaven de resultaten van hun tellingen door en er zijn aanvullingen gezocht op waarneming.nl.

Geoorde Fuut (9)

Vanaf 2001 kent de Geoorde Fuut in Twente een afname in de broedvogelaantallen (zie de grafiek hieronder). Wel komen ze nu in meer gebieden voor dan in het verleden. In de Engbertsdijksvenen waren minimaal 5 territoria. Er kwamen dit jaar ook meldingen van territoria uit het Haaksbergerveen (1), de Oelemars bij Losser (1), de Leemslagenplas bij Almelo (1) en het retentiegebied Kristalbad bij Enschede (1).

Geoorde Fuut Twente
Geoorde Fuut in Twente

Roerdomp (1)

Er was 1 waarneming nog net binnen de datumgrenzen van een hoempende Roerdomp op de Oelemars in Losser, nadat hier maandenlang 2 exemplaren steeds voor de observatiehut aanwezig waren. In het Haaksbergerveen was nog een ongeldig territorium, omdat de vogel zich na de datumgrens liet horen.

Ooievaar (6)

Het paartje Ooievaars betrok voor de 20e keer het nest op het dak van een woonboerderij langs de Dinkel in Losser. Er zijn 4 jongen groot geworden. In de buurt van Rossum hebben 4 paren succesvol gebroed en bij Singraven heeft dit jaar ook een paar jongen grootgebracht.

Grote Canadese Gans (3)

Voorlopig nog geen toename in Twente van de Grote Canadese Gans. Dit jaar was er 1 paar dat 1 jong heeft voortgebracht op de Oelemars bij Losser, 1 paar bij het Omleidingskanaal in Losser en 1 paar bij de Domelaar, Markelo.

Kolgans (3)

Op de Oelemars verbleven vanaf de winterperiode dagelijks 7 Kolganzen, die in de loop van het voorjaar 3 paren vormden. Er is niet gebroed, hoewel gedurende een ruime periode 3 Kolganzen plotseling verdwenen waren. Deze keerden echter weer terug, maar er zijn geen nesten of jongen waargenomen.

Brandgans (19)

Deze gans neemt in navolging van overig Nederland ook in Twente gestaag toe, maar het kan zijn dat niet alle Brandganzen zijn doorgegeven. Brandganzen komen in Twente vnl. voor in hoogveengebieden, zandafgravingen en parken. Op het terrein van zandafgraving de Oelemars in Losser hebben 3 paren een territorium gehad. In de E’venen werd 1 bezet nest gemeld. Ottershagen telde 1 paar en Retentiegebied Kristalbad bij Enschede 2 paren. Op de Stroinkslanden, Enschede werden 3 paren gemeld en in het Wesselerbrinkpark, Enschede 9 paren.

De meeste territoria zijn vastgesteld door waarneming.nl uit te kammen op Brandganzen (119 meldingen binnen de datumgrenzen). Alleen de vogels met de aanduiding paar in broedbiotoop, nestindicerend, nestvondst en met niet-vliegvlugge jongen zijn opgenomen. Helaas waren slechts 8 van de 119 meldingen uit waarneming.nl voorzien van meer informatie dan aantal en de aanduiding ter plaatse. Van de overige meldingen konden dus geen geldige territoria van worden gemaakt. Onderstaande grafiek laat daardoor een daling in de aantallen zien. In werkelijkheid zal er een stijging geweest zijn.

Brandgans Twente - BMP-Z
Brandgans in Twente

Mandarijneend (6)

Deze exoot komt in Twente regelmatig tot broeden. Toch wordt de soort vaak over het hoofd gezien en zullen de Twentse aantallen in werkelijkheid hoger zijn dan de 6 paren die dit jaar zijn aangetroffen. Her is een echte bosbewoner die boven in bomen in spechtengaten broedt. Bij Oldenzaal aan de Haerstaat was een bezet nest en in de bossen van Singraven werden 5 paren aangetroffen. Daarnaast waren er nog 4 locaties in Losser met Mandarijneenden waar helaas niet de tweede vervolgwaarneming kon worden binnengehaald.

Brilduiker (1)

In de Engbertsdijksvenen verbleef 1 paar, waarbij de broedcode 5 werd vermeld (baltsend paar of paring).

Rode Wouw (1)

Al in 2012 werden er 2 overzomerende Rode Wouwen bij de Hooge Lutte in Losser aangetroffen. Dit jaar waren op dezelfde locatie weer 2 Rode Wouwen aanwezig. Vermoedelijk is ook het nest van dit paar gevonden met daaronder een kapot ei met kuikenresten. Het ei is voor DNA-onderzoek opgestuurd om er zeker van te zijn dat dit inderdaad van de Rode Wouw afkomstig is.

Bruine Kiekendief (1)

Van de Bruine Kiekendief zijn ongeveer 200 meldingen binnen de datumgrenzen op waarneming.nl geplaatst. Zelfs van dit enorme aantal meldingen kon geen enkel geldig territorium worden samengesteld. Het betreft voornamelijk solitaire overzomeraars in de hoogveengebieden. Uit de Engbertsdijksvenen wordt een territorium gemeld, maar er zijn geen aanwijzingen voor een broedgeval.

Ook zijn er Blauwe en Grauwe Kiekendieven tussen de datumgrenzen gemeld, maar deze meldingen hebben niet tot een geldig territorium geleid.

Slechtvalk (2)

De voormalige zendmast bij Markelo trok al in 2007 een Slechtvalk aan en in 2008 werd hier in februari een paar waargenomen. Er werd een nestkast op 100 m hoogte geplaatst, waarbij het paartje zich voortdurend ophield. In 2008 is dus voor het eerst in Twente een territorium van de Slechtvalk vastgesteld. Vanaf 2009 heeft het paar hier elk jaar gebroed, ook dit jaar. Het tweede territorium van de Slechtvalk was in het centrum van Almelo.

Porseleinhoen (2)

In het Haaksbergerveen waren 2 territoria van het Porseleinhoen.

Kraanvogel (1)

In 2011 vertoonden in de Engbertsdijksvenen 2 paartjes Kraanvogels baltsgedrag, maar bij controle werden geen nesten of jongen waargenomen. Waarschijnlijk ging het hier om nog niet geslachtsrijpe vogels. Het betrof hier de eerste vastgestelde territoria van Kraanvogels in Twente. In 2012 werd 1 paar in de Engbertsdijksvenen gesignaleerd, evenals dit jaar. Ook nu waren er geen tekenen van broedgedrag.

Kleine Plevier (12)

De Kleine Plevier is een soort van kale terreinen met pioniersvegetatie. Er werden dit jaar 12 paren opgespoord, waarvan een aantal succesvolle broedgevallen. De territoria bevonden zich op de Oelemars (1) in Losser, Jufferbeek-Zuid bij Oldenzaal (2), Rectum (1), Ypelo Mokkelengoor (1), Vliegveld Twente (1), Domelaar Markelo (2), Retentiegebied Kristalbad Enschede (1), Leemslagenplas Almelo (1), Zuidbroek Wierden (1), Doorbraak Bornebroek (1). Het aantal ligt beduidend onder de 19 vastgestelde territoria van vorig jaar.

Oeverloper (1)

De Oeverloper is een nieuwe broedvogelsoort voor Twente. Op de Domelaar bij Markelo werd een alarmerend paar met 2 jongen waargenomen.

Oehoe (1)

In 2010 werd voor het eerst een territorium van de Oehoe ergens in Twente vastgesteld. In 2011 was op dezelfde locatie wederom een territorium, maar nog steeds zonder broedindicaties. Van het geslaagde broedgeval in 2012 zijn de jongen spoorloos verdwenen. Hoogstwaarschijnlijk zijn ze door hun eigen ouders opgegeten. Ook dit jaar was er wel een territorium op deze locatie, maar weer zonder jongen.

Steenuil

Voor de monitoring van de Steenuil zijn sinds 2003 tien telgebieden aangemeld. De populatie is in deze gebieden stabiel en neigt tot toename door plaatsing van nestkasten door de steenuilenwerkgroepen. De resultaten in Wierden zijn onderling niet vergelijkbaar, want pas vanaf 2007 is er volledig geteld.

De monitoring in Losser en Overdinkel wordt gedaan door leden van VWG Losser met als coördinatoren Friso Koop, Peter Steffens en Leo Hassing. De Steenuilen in Dinkelland (Saasveld, Deurningen, Fleringen, Agelo en Reutum) worden geteld door leden van de Natuurwerkgroep “De Grutto” uit Weerselo onder coördinatie van Vincent de Lenne. In Wierden zijn de Katoel’nkiekers onder leiding van Hans Gels met de inventarisaties bezig geweest. Beuningen en Lattrop worden door Friso Koop geteld.

De schatting voor de totale steenuilenpopulatie in Twente bedraagt 776 territoria.

Steenuilpopulatie Twente 2013
Geschatte steenuilenpopulatie in Twente 

Nachtzwaluw (77)

Alle heidevelden zijn in het kader van het Jaar van de Nachtzwaluw in 2007 nagelopen op deze nachtelijke soort. Er konden toen 35 territoria worden gekarteerd. Dit jaar zijn er minimaal 77 territoria opgespoord met als kanttekening dat niet alle nachtzwaluwterreinen van 2007 zijn bezocht.

De toename die zich een aantal jaren geleden aankondigde zet dus nog steeds door. Hier volgt een opsomming van de locaties met het bijbehorende aantal gevonden territoria: telgebied gemeente Losser (28), Engbertsdijksvenen (18), Dal van de Mosbeek (1), Wierdense Veld (1), Brecklenkampseveld (1), Manderheide (2), Haaksbergerveen (4), Stevensheide bij Vriezenveen (1), Buurserzand (4), Witte Veen Buurse (3), Bruinehaar (2), Borkeld (5), Lankheet Haaksbergen (2), Asssinkbos Haaksbergen (1) en Aamsveen (4).

Nachtzwaluwen Twente
Nachtzwaluwen in Twente

Draaihals (1)

Een alarmerende Draaihals liet zich in juni enkele keren horen en zien op De Snippert in Losser. Deze soort wordt nog maar sporadisch als broedvogel in Twente waargenomen.

Middelste Bonte Specht (175)

Na een stijging van de aantallen Middelste Bonte Spechten in Twente gedurende de periode 2004-2007 was de groei wat afgevlakt. Het leek er op dat alle geschikte gebieden bezet waren. Maar vanaf 2010 is deze specht ineens goed doorgebroken en is het aantal territoria van 54 in 2009 uitgegroeid tot 175 dit jaar.

Middelste Bonte Specht Twente
Middelste Bonte Specht in Twente

IJsvogel (24)

Het totaal voor 2013 kwam in Twente uit op 24 territoria. De IJsvogel heeft aan het eind van de winterperiode van 2008/2009 al de eerste grote verliezen geleden. In Losser, het kerngebied van de IJsvogel, werd ondanks het openblijven van de Dinkel een verlies van 60% van de populatie vastgesteld. Na de winter van 2009/2010 bleef het verlies echter beperkt en was er weer een kleine opleving in 2011.

De winter van 2012 heeft nog verdere schade in het ijsvogelbestand aangericht. Gerekend vanaf het begin van de tellingen in 1975 tot nu toe is 2008 met 66 territoria het jaar met de meeste IJsvogels in Twente geweest. Daarvan waren er in 2012 nog maar 14 territoria over, een afname van 79 %. Dit jaar trad het eerste duidelijke herstel in en werden er 10 territoria meer vastgesteld dan vorig jaar.

Dank aan Peter van den Akker voor de coördinatie van het Beekvogelproject en aan de vele tellers van dit project, waarbij zoveel mogelijk IJsvogels en Grote Gele Kwikstaarten in Twente via vaste Z-telgebieden worden geteld

IJsvogel in Twente 2013
IJsvogel in Twente

Rouwkwikstaart (1)

In de omgeving van het Haaksbergerveen werd een Rouwkwikstaart met voedseltransport gezien.

Grote Gele Kwikstaart (33)

De populatie van de Grote Gele Kwikstaart kent in Twente net als de IJsvogel een behoorlijke terugslag. In het kerngebied langs de Dinkel leed de Grote Gele Kwikstaart na de afgelopen winters enorme verliezen. Van de Dinkelpopulatie van 31 paren in 2007 zijn er nu nog maar 12 over. Voor heel Twente komt de neergang van 80 territoria in 2008 uit op 33 territoria in 2012, een afname van 59 %. Het herstel van de IJsvogel dit jaar deed zich helaas niet voor bij de Grote Gele Kwikstaart.

Evenals bij de IJsvogel heeft Peter van den Akker de coördinatie van de tellingen verzorgd.

Grote Gele Kwikstaart Twente 2013
Grote Gele Kwikstaart in Twente

Paapje (2)

In het Roderveld bij Rossum werd een geldig territorium van een zingend mannetje vastgesteld. In Losser zat een zingend mannetje in het Kremersveen.

Kortsnavelboomkruiper (8)

De eerste Kortsnavelboomkruiper, een ongepaard mannetje, werd in 2005 op de Lonnekerberg in Enschede gehoord. Het jaar daarop was er op dezelfde locatie een geslaagd broedgeval.

De soort kende in 2007 een verhoudingsgewijs geweldige toename in Twente, want het aantal territoria en broedgevallen nam toe tot 7 en breidde de soort zich verder uit van de Lonnekerberg naar het Haagse Bos. Na een periode van jaarlijks 1 tot 3 territoria was er in 2012 weer een opleving en werden er wederom 7 territoria vastgesteld.

De Kortsnavelboomkruipers worden tegelijkertijd met het Twentse onderzoek naar Middelste Bonte Spechten geïnventariseerd, want ze komen bijna in dezelfde leefomgeving voor. Helaas zijn ze een bijzonder lastig vast te stellen soort die soms wel en soms niet op geluid reageert. Ook de zang wordt maar sporadisch gehoord.

Interessant is echter dat het verspreidingsgebied zich uitbreidt. Naast de vaste locaties op de Lonnekerberg (3) en Haagse Bos (2) zijn ze nu ook aangetroffen in het Oldenzaalse Veen (1), op Singraven (1) en Arboretum Poortbulten in Losser (1). Deze laatste vertoonde kenmerken van de Taigaboomkruiper, de noordelijke nominaatvorm.

Op vier andere locaties in Losser nl. Grevenmaat, Boerskotten, Tankenberg en Egheria en in het Enschedese Sterrebosch werden Kortsnavels aangetroffen, waarvan helaas de noodzakelijke vervolgwaarneming niet kon worden binnengehaald.

Grauwe Klauwier (15)

Het aantal Grauwe Klauwieren in Twente neemt gestadig toe. Vooral enkele medewerkers van SBB hebben hun terreinen in het Haaksbergerveen (4 terr.) en Engbertsdijksvenen (4 terr.) goed uitgekamd. Verder waren er nog Grauwe Klauwieren in het Aamsveen bij Enschede (2), Buurserzand (1), Punthuizen in Losser (1), Roderveld Losser (1), Borkeld Markelo (1) en op Vliegveld Twente (1).

Grauwe Klauwier Twente 2013
Grauwe Klauwier in Twente

Raaf (6)

Dit jaar zijn er verhoudingsgewijs veel territoria van de Raaf gemeld. De locaties bevonden zich tussen Rijssen en Markelo bij Diependal, bij Singraven, in de Engbertsdijksvenen, Wierdense Veld, Hoge Hexel en Haaksbergerveen.

Gegevens invoeren  

Ik hoop dat de tellers van de Z-soorten door blijven gaan met hun inventarisaties, die vaak via Z-telgebieden georganiseerd zijn, bv. de bekentellingen en de steenuilenmonitoring. Z-soorten kunnen regelrecht via de website bij Sovon worden ingevoerd via gegevensinvoer en daarna de inlogcode. 

Wie voor het eerst inlogt, gaat bij www.sovon.nl eerst naar inloggen met de waarnemerscode en de vier cijfers van de postcode van de waarnemer. Tellers die nog geen waarnemerscode hebben kunnen deze aanvragen. Vervolgens broedvogels aanklikken en dan naar losse meldingen.

Mocht dit niet lukken dan kunnen meldingen van Z-soorten rechtstreeks via de mail naar mij toe of op www.waarneming.nl worden gezet. Als er van waarneming.nl gebruik wordt gemaakt is het niet voldoende om alleen soort, aantal en locatie aan te geven, maar moet het vakje “ter plaatse” even uitgerold worden om nadere informatie te geven, bv. zingend/baltsend, paar in broedbiotoop, alarmerend, enz. Dan pas kan ik er eventueel nog een geldig territorium van maken, want het is voor Z-soorten bijna onmogelijk om dit met alleen de aanduiding ter plaatse te realiseren. De voorkeur gaat echter uit naar het zelf invoeren van de waarneming via de website www.sovon.nl.

Contact

Ben Hulsebos, Districtscoördinator Sovon Twente
benhulsebos@home.nl