Ransuil, Azewijn, 18 januari 2014. Foto: Harvey van Diek.

Ransuilenblues

Jonge Ransuilen eindeloos piepend in een mooie zomernacht, of de amper hoorbare baltsroep van volwassen dieren; het was niet zo heel lang geleden volstrekt normaal in bosrijke gebieden. Tegenwoordig is de Ransuil vooral bewoner van open landelijk gebied.

In de grotere bossen zijn Ransuilen met een lampje te zoeken, een kleine opleving tijdens of na een bijzonder muizenrijk jaar daargelaten. DIe teloorgang is op weinig plekken zo goed voelbaar als op de Veluwe. Rob Bijlsma schrijft er beeldend over en haalt herinneringen op aan hoe het was, vier decennia eerder. Maar hij is ook een man van cijfers en kan precies aangeven dat gemiddeld 1,5% van de 21.646 door hem verzamelde havikprooien uit een Ransuil bestond. 

Is daarmee de Havik de grote boosdoener die de Ransuilen de das omdeed in de bossen? Dat is veel te kort door de bocht, aldus Rob. Lees het zelf in dit artikel.