Pontische Meeuw bij een dode karper. Foto: Albert de Jong

Pontische Meeuwen en karpers

Net als in de vorige zomer zorgde de hitte van eind juli voor een opmerkelijk fenomeen. In de geïsoleerde wateren van de moerszone in de Oostvaardersplassen gingen karpers massaal dood, waarschijnlijk als gevolg van zuurstofgebrek. De dode vissen zijn een voedselbonanza voor grote meeuwen, waaronder tientallen Pontische Meeuwen. 

Door Albert de Jong

Op zaterdag 3 augustus waren vooral in de Hoekplas van de Oostvaarderspassen veel Pontische Meeuwen te zien: wel 87 exemplaren. Sommige vogels gebruikten een dode karper als eilandje om op uit te rusten. Elders langs de Oostvaardersdijk en bij de Blocq van Kuffeler stonden ook nog eens zeker 19 soortgenoten. Andere grote meeuwensoorten waren nauwelijks bij de karpers te zien. Ze waren er wel, maar stonden (in lagere aantallen) vooral aan de buitenkant van de Oostvaardersdijk: 11 Geelpootmeeuwen, 18 Zilvermeeuwen en 20 Kleine Mantelmeeuwen. 

Dode karpers als eilandjes in Oostvaardersplassen. 1 augustus 2019 - Merijn Loeve

Jaarrond aanwezig

We kennen de Pontische Meeuw vooral als wintervogel die duidelijk in aantal toeneemt. Maar kennelijk er is meer aan de hand. Zo blijken de Randmeren en de Flevolandse kust tegenwoordig het hele jaar in trek bij de soort. Bij Lelystad broedde dit jaar zelfs al minimaal tien paren, waarvan sommige (geringde) broedvogels jaarrond langs de Randmeren gezien zijn. Enkele van hun jongen werden ook al langs de Oostvaardersdijk teruggezien.

Juveniele Pontische Meeuwen verschijnen vanaf de eerste week van juli in het binnenland. Op de foto een juveniel langs de Oostvaardersdijk, die zes kilometer verderop werd geboren. Foto: Merijn Loeve

Winterse concentraties

De grootste aantallen Pontische Meeuwen zijn nog altijd in de periode november - februari te zien. Meeuwenliefhebbers kunnen zich dan vooral op het strand en bij open vuilstortplaatsen vermaken. Op het strand van Terschelling, de vuilverwerkingplaatsen van Linne, Oss, Dordrecht, Barneveld en Groningen-stad bevinden zich dan bijvoorbeeld mooie aantallen. In Zuid-Limburg zijn in de winter van 2018/19 zelfs al eens circa 200 vogels op een slaapplaats gezien.

Verschuivende verhoudingen?

In zulke meeuwenconcentraties worden de verhoudingen zichtbaar. Zo werden er op 25 november 2017 als eens 19 Pontische Meeuwen, 3 Geelpootmeeuwen op 2021 Zilvermeeuwen geturfd op 7.5 km strand van Terschelling. Dat was een ratio van 1 Pontische Meeuw per 106 Zilvermeeuwen. Op binnenlandse vuilstortplaatsen kunnen er naar verhouding meer zijn. Zo leverden zestien steekproefjes in december en januari afgelopen winter gemiddeld voor elke 18 Zilvermeeuwen één Pontische Meeuw op (figuur). Meer van zulke steekproeven in het land zouden de zeggingskracht vergroten. Wie weet zijn deze verhoudingen over enkele decennia totaal verschoven.

Figuur: gemiddelde aantal per soort uit 16 steekproeven op een vuiloverslagplaats in Dordrecht in dec '18 - jan '19 (Merijn Loeve en Albert de Jong).

Lezing en workshop Landelijke Dag

Voor grote meeuwen is recent steeds meer aandacht onder vogelaars. Op de Landelijke Dag verzorgt Merijn Loeve een lezing en workshop over de herkenning van de Pontische Meeuw.