Witte Kwikstaart, foerageert graag op natte akker. Foto: Ran Schols

Overwinterende Witte Kwikstaarten: alleen of in groepjes

Het geluid van een Witte Kwikstaart midden in de winter...het is niet altijd zo gewoon geweest als nu.

Bijna een eeuw geleden, in 1925, beschreven Van Oordt en Verwey - en die wisten waarover ze het hadden - de Witte Kwikstaart nog bijna als pure trekvogel. Er waren wel 'zeldzame enkelingen' die tot in de winter werden gezien, maar: 'werkelijk overwinteren is waarschijnlijk een hooge uitzondering'.

Niet meer zeldzaam

Gaandeweg is er heel wat veranderd. Al in de jaren zestig bleek de Witte Kwikstaart toch meer wintervogel dan eerder gedacht. In Zeeuws-Vlaanderen overwinterden zelfs vele exemplaren, in groepen tot tientallen; het was in 1971 een publicatie in Limosa waard. Eind jaren zeventig en begin jaren tachtig werd de soort bij atlaswerk van Sovon in grote delen van het land waargenomen, het minst in de drie noordelijke provincies.

Zachte en koude winters

In de laatste kwart eeuw is geen duidelijke trend waarneembaar (zie de grafiek onder Aantalsontwikkeling op de soortpagina van de Witte Kwikstaart). In zachte winters worden er wat meer kwikken gezien dan in koudere winters, maar verder valt er weinig peil op te trekken. In echt strenge winters zullen het er maar weinig zijn, maar ja: wanneer hebben we die nog? Want hoewel we al beginnen te piepen bij wat sneeuw en vorst, de laatste echt strenge winter dateert alweer van 1996/97, niet toevallig die van de laatste Elfstedentocht.

Verrassend talrijk

De voorlopige winterkaart van de Vogelatlas toont een verrassend ruime verspreiding, door het hele land. Bedenk daarbij wel dat de kaart een optelling van drie winters is, en dat het beeld per winter wat kariger zal zijn. En vergeet ook niet dat het onderzoek telkens van december t/m februari liep. Eind februari kunnen al de eerste trekkers terugkeren.

Alleen of in groepen

Op sommige plekken kun je, soms jaren achtereen, in de winter groepen van enkele tientallen Witte Kwikstaarten vinden. Ze zitten graag op natte akkers. Maar lang niet alle kwikstaarten houden zich in zulke groepen op. Zouden ze eenzelfde strategie hebben als overwinterende Rouwkwikstaarten in Engeland? Die bleken ofwel door het leven te gaan in groepen die opportunistisch de voedselrijke plekken opzochten, ofwel solitair. In het laatste geval verdedigden ze vanaf het begin van de winter een territorium. Een energieverslindende bezigheid die bij zacht winterweer vrij zinloos lijkt, maar zich bij inval van vorst terugverdient: de beste plekken zijn al geclaimd.