Man Roodborsttapuit, overwinterend in Ooijpolder, 28 januari 2006. Foto: Harvey van Diek

Overwinterende Roodborsttapuiten talrijker?

Dat Roodborsttapuiten wel eens in ons land overwinteren, is al lang bekend. Negentig jaar geleden schreven J. Verwey en G.J. Van Oordt al: "Schijnt soms werkelijk te overwinteren en blijft dan ook tijdens vorst" (Voorkomen en trek der in Nederland in het wild waargenomen vogelsoorten).

De tendens om in Nederland te overwinteren, lijkt gaandeweg te zijn toegenomen. Overwintering wordt al tientallen jaren niet meer als heel bijzonder beschouwd. Beetje tricky vergelijking natuurlijk, aangezien het aantal vogelaars zowat geëxplodeerd is. Maar ook bij landelijk onderzoek rond 1980, voor de jaarrond atlas van Sovon, kon een leger vogelaars niet zo veel overwinteraars vinden als recent. De resultaten van het PTT-project (hoewel de steekproef klein is) bevestigen de opwaartse trend.

Ruime verspreiding
Bij het onderzoek voor de Vogelatlas (winters 2012/13 t/m 2014/14) werden Roodborsttapuiten in december-februari door het hele land aangetroffen. De aantallen per atlasblok waren laag, maar opgeteld kom je aan enkele honderden exemplaren. Er kunnen eventueel wat vroege trekkers bij gezeten hebben (eerste trekkers misschien al in laatste dagen februari terug), maar het merendeel zal toch vogels betreffen die een poging tot overwintering deden.

Herkomst onduidelijk
De meeste winterse 'Robotapjes' worden gevonden op plekken waar ze ook broeden, met een voorkeur voor agrarische landschappen boven natuurterreinen als duinen en heide, zo lijkt het. De verleiding is groot om te veronderstellen dat het om lokale broedvogels gaat. Ook al omdat Roodborsttapuiten relatief vaak paarsgewijs overwinteren. De literatuur hierover is verwarrend. Uit een uitgebreide ringanalyse (B. Helm e.a., Ardea 2006) lijkt naar voren te komen dat 'onze' Roodborsttapuiten unaniem wegtrekken naar ZW-Europa en Noord-Afrika, en wordt een voorzichtige link tussen overwinteraars en Britse vogels gelegd. Een studie aan gekleurringde Roodborsttapuiten in een aangrenzend deel van Duitsland (Noordrijn-Westfalen) toonde juist aan dat het om lokale broedvogels ging (H. Flinks, Die Vogelwarte 2012).  

Winterafhankelijk
Hoewel de geleerden het ook op dit punt niet helemaal eens zijn, lijkt er wel een verband te zijn met het winterweer. Na een serie zachte winters neemt het aantal overwinterende Roodborsttapuiten toe; na enkele koude en sneeuwrijke winters is de neiging om bij ons te overwinteren blijkbaar weer getemperd. Dit is ongetwijfeld een gevolg van hoge mortaliteit bij zulk weer. Een vergelijkbaar effect speelt vermoedelijk bij meer soorten zangvogels die bij ons in toenemende mate lijken te overwinteren, zoals de Tjiftjaf.

Fascinerend
De Roodborsttapuit is dus een fascinerende soort om te blijven volgen, in dit tijdvak van klimaatverandering! Gaat ook deze winter weer een fors aantal overwinteraars opleveren? Dat zou kunnen, want de eerste tien dagen van december leverden al een veelbelovend resultaat op (kaart via Waarneming.nl). En als je dan een overwinterende Roodborsttapuit ziet, wel even het geslacht noteren en invoeren (kan bij Waarneming.nl onder Groepssamenstelling).