Kolgans met jongen. Foto: Kees Koffijberg

Opnieuw trage start winterseizoen ganzen

Voor derde jaar op rij kleinere aantallen Kolganzen en Toendrarietganzen bij landelijke watervogeltelling in oktober.

Minder ganzen in oktober

Bij de landelijke watervogeltelling van half oktober werden vooral van Toendrarietgans en Kolgans veel minder vogels geteld dan een aantal jaren geleden. Bij de Kolgans werd tijdens de telling minder dan een derde van het aantal genoteerd dan tot 2016 gebruikelijk was, bij de Toendrarietgans ging het om nipt de helft (zie figuur 1). De telresultaten van oktober bevestigen een tendens die zich ook al in oktober 2017-2018 aftekende. De aanwezige aantallen waren in die twee jaren zelfs nog kleiner dan nu het geval is. Tot voor kort was er bij beide soorten juist een al langer aanhoudende trend om steeds vroeger in het najaar te arriveren (soms al eind september), wat onder andere leidde tot een toename van het totale ganzenbezoek aan Nederland in het winterhalfjaar.  

Figuur 1. Aantallen Kolgans en Toendrarietgans tijdens landelijke watervogeltellingen in oktober. De weergegeven aantallen hebben betrekking op een steekproef van telgebieden die over alle jaren werden geteld en dus 1:1 vergelijkbaar zijn.

Langer pleisteren op tussenstops?

Kol- en Toendrarietgans komen in het najaar vanuit hun broedgebieden en ruiplaatsen in Noord-Rusland en West-Siberië naar Nederland. Onderzoek met gezenderde individuen  liet voor de Kolgans eerder zien dat ze in het najaar vanuit de toendra in korte tijd naar de winterkwartieren in onze omgeving vliegen, en juist in het voorjaar via een netwerk van langere tussenstops naar het broedgebied terugkeren (bij de meeste andere vogelsoorten is juist de voorjaarstrek sneller). In het najaar van 2017 waren er via aflezingen geringde ganzen aanwijzingen dat de ganzen onderweg vanuit Rusland korte of langere tussenstops inlastten in de Baltische Staten en in Duitsland, en het zou interessant zijn om na te gaan of dat nu een structureel fenomeen gaat worden, en wat dan de achtergronden zijn (denk aan toegenomen voedselaanbod, al dan niet in combinatie met weersomstandigheden of veranderingen in landgebruik).

Wisselend beeld bij andere soorten

Dat voedselomstandigheden ertoe kunnen leiden dat ganzen hun trekstrategie aanpassen hebben de Kleine Rietganzen laten zien die traditioneel vanaf eind september in groten getale in ZW-Friesland waren te bewonderen.  Ze werden bij de afgelopen oktober-telling zelfs in record-lage aantallen geteld. De meeste Kleine Rietganzen bleven de afgelopen vijf jaar in Denemarken pleisteren, en profiteerden daar van een uitgebreid aanbod van maïsstoppel. Bij de andere ganzensoorten weken de tellingen half oktober weinig af van het beeld van de afgelopen jaren; bij Grauwe Gans en Grote Canadese Gans werd zelfs een fractie meer geteld. Voor deze soorten zal ook een groot deel van de bij ons aanwezige vogels in oktober uit eigen broedvogels bestaan, die volgens de BMP-cijfers nog steeds in de lift zitten.