Ooievaar met jongen op het nest. Foto: Robert Benjamins

Ooievaars lijden onder nat weer

Veel vogels zijn voor een goed broedsucces deels afhankelijk van gunstige weersomstandigheden. Zo ook de Ooievaar. De afgelopen voorjaren bestonden echter uit extremen: na enkele jaren van droogte, verzuipen we nu ineens in een uitzonderlijk nat en koud jaar. Hoe heeft de Ooievaar zich kunnen redden in deze ongewone omstandigheden?

Met veel nieuwe broedgevallen startte het jaar niet slecht voor de Ooievaars. Maar met name in mei, toen veel van de Ooievaars nog met kleine jongen zaten, sloeg het barre weer toe. Een voorbode van het natte en koude broedseizoen van 2021.

Onderkoeling

De Ooievaars ondervonden veel moeilijkheden door de uitzonderlijke weersomstandigheden dit jaar. Door alle regen in het begin van het broedseizoen werden de jonge kuikens te nat en te koud en de zelf ook kletsnatte ouders waren niet in staat de kwetsbare jongen goed op te warmen. Als gevolg van onderkoeling stierven veel jongen en mislukte een groot deel van de nesten.

Regen op het juiste moment

In tegenstelling tot een nat begin van het broedseizoen, blijkt wat regen in juni en juli wél gunstig te zijn. De kuikens zijn dan groot genoeg om zichzelf warm te houden en de natte omstandigheden maken het voor de ouders makkelijker om genoeg voedsel, zoals regenwormen, te vinden.

Droge jaren

De vorige broedseizoenen (2018-2020) waren juist relatief droog, vooral 2018 was een historisch droog jaar. Die droogte kan mogelijk een uitdaging vormen voor jagende ooievaarsouders. De gegevens die voor Meetnet Nestkaart zijn verzameld (Figuur 1) laten echter een onverwacht beeld zien: ondanks de droogte blijken er per nest relatief veel jongen uit te zijn gevlogen in de jaren 2018-2020. Hierbij moet wel worden benoemd dat er vaak grote verschillen in broedsucces zijn tussen verschillende regio’s, maar over het algemeen lijkt het er op dat veel Ooievaars er toch in zijn geslaagd om voldoende voedsel te vinden voor hun jongen in deze droge jaren.

 

Figuur 1. Het gemiddelde aantal uitgevlogen jongen per jaar, apart bekerend per gestart nest en per succesvol nest. Te zien is dat de aantallen in de jaren 2018-2020 relatief hoog liggen.

 

Een slimme jager

In die droge jaren hebben Ooievaars zich mogelijk goed kunnen redden door hun gevarieerde dieet . De opportunistische vogels kunnen namelijk makkelijk uit de voeten met wat de omgeving biedt. Zo zal de veldmuizenpiek een gunstige bijdrage hebben geleverd aan het broedsucces in 2019. Maar de Ooievaars eten eigenlijk alles wat ze al stappend door het weiland tegenkomen: regenwormen, sprinkhanen, kevers, kikkers, mollen. Vooral in pas gemaaid grasland, waar verstoorde en verwonde prooidieren eenvoudig te vinden zijn, kunnen ze hun slag slaan. Onderzoek in Duitsland suggereert dat Ooievaars deze pas gemaaide graslanden, net als wij, goed op geur kunnen lokaliseren.

Nestkaarten

De Ooievaars hebben dus meerdere truken in de doos om voldoende voedsel te verzamelen. Hopelijk helpt dit ze om toch wat van dit natte broedseizoen te maken. De precieze gevolgen van het weer kunnen met nestkaarten van vrijwilligers in kaart gebracht worden, maar het is nog even een kwestie van afwachten tot alle gegevens van dit jaar binnen zijn.

STORK & vrijwilligers

Veel dank aan Annemieke Enters en Wim van Nee van STORK (Stichting Ooievaars Research & Knowhow) voor het verzamelen van berichten uit het veld voor dit artikel. Daarnaast willen we ook graag ook alle invoerders van nestkaarten bedanken. Heb je zelf ook ooievaarsnesten in de buurt? STORK en Sovon zijn je erg dankbaar als je de gegevens van deze nesten doorgeeft! Het invoeren van nestgegevens kan eenvoudig via de speciale nestkaartpagina voor ooievaars.