Scholeksters | Foto: Bruno Ens

Oesters rapen effect op vogels

Schelpdierbanken in de Waddenzee zijn enorm belangrijk voor vogels. De dichtheid op de banken is bijna tien keer hoger als op een ‘kaal’ stuk wad. De verhouding waarin oesters en mosselen in deze banken voorkomen heeft voor de meeste vogelsoorten geen aantoonbare invloed op de dichtheden. Een aantal soorten neemt echter wel af als het aandeel Japanse oesters toeneemt, waaronder de bedreigde Scholekster.

Dit blijkt uit een data-analyse van Sovon Vogelonderzoek Nederland en het NIOZ (Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee) in opdracht van het Programma naar een Rijke Waddenzee (PRW). De uitkomst van het onderzoek gebruikt PRW voor haar advies over het nieuwe beleid voor het handmatig oesterrapen in het Waddengebied op commerciële basis.

Mosselvlees

Als een schelpdierbank veel oesters bevat, dan hebben de daar aanwezige mosselen minder vlees dan je op basis van het seizoen en de schelpgrootte zou mogen verwachten. Daardoor worden de mossels van die banken minder aantrekkelijk voor vogels die van mossels leven. De vogelsoorten die afnemen als de fractie oesters toeneemt zijn: Stormmeeuw, Kanoet en Scholekster. Voor andere soorten heeft de samenstelling van de schelpdierbank geen duidelijk effect op aantallen, zoals de Groenpootruiter, Tureluur, Steenloper, Wulp en Lepelaar. Deze vogels leven namelijk van prooidieren die zich tussen de schelpdieren verbergen, of zich ophouden in de poeltjes.

Aanbevelingen

Het onderzoek is gedaan in het kader van de ontwikkeling van nieuw beleid voor het handmatig oesterrapen op de Waddenzee. De onderzoekers concluderen dat als handmatig rapen wordt toegestaan dat de schadelijke invloed hiervan op vogels beperkt kan worden door het rapen te concentreren op banken met het hoogste aandeel oesters. Het verdient aanbeveling om de schadelijke effecten te monitoren in de bredere context van andere activiteiten, zoals wadlopen en de kokkelvisserij.

Beleidskader rapen Japanse oesters

Sinds 1983 komt de Japanse oester voor in de Waddenzee en deze soort heeft zich sindsdien wijd verspreid. Vanaf 2010 hebben 18 bedrijven toestemming gekregen om op experimentele basis oesters in de Waddenzee te rapen. Die ervaringen worden nu geëvalueerd. Het Programma naar een Rijke Waddenzee werkt op basis van die inzichten en dit onderzoek aan een advies richting de verantwoordelijke bestuurders om te komen tot een raapstrategie die zich het beste verenigt met de natuur van dit Werelderfgoed én zorgt voor voldoende rendement voor de vissers.

Meer over het onderzoek

 

Rapport: "Bijdrage aan het ontwikkelen van een beleidskader voor het handmatig rapen van Japanse oesters"

Contactpersonen: