Kwartelkoning Foto: Anne van der Zijp

Nog maar weinig Kwartelkoningen gezien

Het aantal waargenomen Kwartelkoningen blijft beneden de maat. To nu toe zijn in het hele land 40 roepende vogels gemeld, waarvan 23 tijdens de eerste landelijke telling rond het weekeinde van 31 mei en 1 juni.  Meer dan eenderde van alle vogels roept vanuit de grootschalige akkers van het Oldambt. In de uiterwaarden van de grote rivieren blijft het daarentegen op de meeste plekken oorverdovend stil.

Kwartelkoningen kwamen dit jaar 10 dagen later aan dan gemiddeld in de voorgaande tien jaar. Gewoonlijk worden de eerste roepende vogels eind april of begin mei gehoord, dit jaar was dat pas op 12 mei het geval. Dit wijst er op dat weersomstandigheden de voorjaarstrek mogelijk hebben vertraagd. Juist eind april en begin mei lagen er boven Zuidoost-Europa hardnekkige lagedrukgebieden (die later ook tot grootschalige overstromingen leidden in delen van de Balkan). Kwartelkoningen, en ook andere lange afstandstrekkers als Bosrietzanger bereiken ons land vooral via een zuidoostelijke route en hebben dus tijdens de trek met deze slechts omstandigheden te maken gehad.

Sterke fluctuaties

Het kleine aantal Kwartelkoningen zegt nog weinig over het uiteindelijke aantal van het hele zomerseizoen. In sommige jaren arriveren in de loop van juni, of zelfs in juli nog grotere aantallen ons land. Op grond van terugvangsten van geringde vogels weten we dat in ieder geval een deel van onze vogels ook in volgende jaren terugkeert, maar we vermoeden dat daar bovenop jaarlijks een wisselend aantal ‘immigranten’ naar Nederland komt. Dit verklaart ook de sterke jaarlijkse fluctuaties. Sinds de opleving van de populatie in 1998 varieerde het aantal Kwartelkoningen van ruim 60 tot bijna 600. Opvallend in de afgelopen jaren: de pieken vertonen een dalende tendens, een indicatie zijn dat het de totale populatie Kwartelkoningen momenteel zware  tijden doormaakt.

Tweede broedsels belangrijk

Kwartelkoningen houden er een bijzondere broedstrategie op na. Vogels broeden ten minste twee keer, en doen dat met wisselende partners, en meestal op een wisselende locatie. Ringmeldingen laten zien dat Kwartelkoningen die wisselende locaties ruim zien: ze kunnen tussen twee broedsels honderden kilometers afleggen, op zoek naar geschikt habitat met hoge vegetatie.

Haast

De hele broedcyclus wordt bovendien gekenmerkt door haast. Kwartelkoningkuikens worden al na twee weken door het vrouwtje verlaten, zodat zij een nieuw broedsel kan beginnen. Twee succesvolle broedsels zijn van levensbelang voor Kwartelkoningen. Onderzoek in Schotland heeft laten zien dat jaarlijks maar 25% van de vogels overleeft. Een gezonde kwartelkoningpopulatie staat of valt dus bij het produceren van veel jongen. Het uitblijven van succesvolle broedsels door vroege en synchrone maaidata is één van de belangrijkste oorzaken voor de afname sinds het begin van de 20ste eeuw.

Geef waarnemingen door

In de vaste gebieden worden Kwartelkoningen jaarlijks door vrijwilligers geteld. Door hun deels onvoorspelbare voorkomen kunnen Kwartelkoningen overal opduiken waar geschikt habitat beschikbaar is. Dat kunnen zelfs braakliggende terreinen in nieuwbouwwijken zijn. Het is zaak alle waarnemingen snel door te geven, opdat eventuele werkzaamheden in het gebied aangepast kunnen worden. Sovon heeft een speciale applicatie  waar waarnemingen nauwkeurig op kaart kunnen worden gezet. Terreinbeheerders kunnen live meekijken waar vogels worden gemeld, en dus snel in actie komen om maatregelen (bijv. uitstel van maaien) in gang te zetten. Meer informatie over Kwartelkoningen en beschermingsmaatregelen is ook te zien op www.kwartelkoning.nl.

Kees Koffijberg