Roodborst op de uitkijk | Foto: Harvey van Diek

Nog even genieten van Roodborst in de tuin

De Roodborst is een  geliefde tuinsoort.  Als er gewerkt wordt in de tuin, komen Roodborsten nieuwsgierig kijken of er wat te eten valt. Ze zingen nu volop, maar na half april wordt het stiller.

Het voedsel scharrelen ze bijeen op de grond: insecten en andere ongewervelden, maar ook zaden en bessen.  De hoogste broedvogeldichtheden vinden we in bossen, vooral in de duinen en op de hoge zandgronden. In dorpen en steden met veel groen kunnen Roodborsten eveneens algemeen zijn. Zandgronden hebben daarbij de voorkeur boven klei en veen.

In bijna alle wintertuinen

In de winter wordt in bijna 90% van de tuinen een Roodborst gezien, zo blijkt uit de Jaarrond Tuintelling. Beide geslachten verdedigen dan fel een vrij groot voedselterritorium dat ze met zang markeren. Buiten de winter zingt alleen het mannetje. In de maanden mei-juli zakt de bezettingsgraad van tuinen  naar  een kwart. Dat komt deels door stiekem gedrag, maar toch vooral door wegtrek van overwinteraars. Tot in april verblijven bij ons wintergasten uit het noorden en noordoosten van Europa (zie de Vogeltrekatlas). Veel tuinen moeten het daarna tot oktober zonder deze populaire vogel stellen.

Lichte toename in bebouwde omgeving

Landelijk gezien zijn de aantallen broedvogels stabiel en nemen de winteraantallen iets toe (zie Aantalsontwikkeling op de soortenpagina). In dorpen en steden broeden Roodborsten vooral in parken en in groene, open woonwijken van ná 1945. De aantallen zijn er de laatste  twaalf jaar licht toegenomen en vervolgens gestabiliseerd. Dat we dat weten komt door het Meetnet Urbane Soorten (MUS). Dat bestaat uit speciaal voor de bebouwde omgeving (niet populair bij vogelaars) opgezette eenvoudige punttellingen. Nieuwe tellers zijn overigens altijd bijzonder welkom.

Weetjes

  • Trekt voornamelijk ’s nachts, met pieken  in maart-april en  september tot december (zie de grafiek van trektellen.nl)
  • Twee broedsels per jaar met 5 tot 7 eieren. Voornamelijk in halfopen nesten op of laag boven de grond in een boom, muur, houtstapel of dichte (klim)planten
  • Zingt het meest in de ochtend- en avondschemering
  • Nationale vogel van Groot-Brittannië, met ruime voorsprong op Kerkuil en Merel. 

Jan Schoppers