Nieuwe watervogelrapport verschenen

Het nieuwe rapport vat de gegevens samen van de watervogeltellingen van telseizoen 2018/19. Dit keer worden de schaarse soorten in de spotlight gezet. Ook worden de gegevens van zeetrektellingen voor het eerst meegenomen.

Het aantal getelde watervogels is sinds 1975 in eerste instantie verdubbeld. De laatste 10 jaar dalen de aantallen echter weer licht. Die groei was vooral te danken aan de toename van eenden en ganzen, maar die laatste groep is nu op zijn retour. , Ondanks het ruime aanbod van voedselrijk grasland en oogstresten, hebben ze een laag broedsucces. Areaalverschuivingen in de winter helpen ook niet mee.

Zachte weersomstandigheden

In seizoen 2018/19 werden er opnieuw minder ganzen (2,18 miljoen) en zwanen (41.000) geteld dan de jaren ervoor. De uitgesproken zachte weersomstandigheden zou daar mede aan ten grondslag kunnen liggen. Sommige trekkende soorten verlaten ons land dan vroeger, terwijl andere niet helemaal meer hier naartoe doorvliegen. In het najaar lieten een aantal soorten langer op zich wachten dan normaal. Die vertraging werd ook in omringende landen gezien en kan ook in verband gebracht worden met het uitzonderlijk zachte weer.

Schaarse soorten

Het nieuwe rapport staat in het teken van de schaarse soorten. Naast watervogels, gaat het nu ook om andere soorten die veel in wetlands verblijven, zoals roof- en zangvogels. Zo worden o.a. Blauwe Kiekendief en Strandleeuwerik besproken. Daar werden er tijdens de midwintertelling relatief veel van geteld. Andere voorbeelden zijn Velduil en IJsvogel, die waren tijdens juist schaarser dan voorgaande jaren.

Zeetrektellen

In dit rapport worden voor het eerst de gegevens van de zeetrektellingen meegenomen. Van de zeevogels is een aanzienlijk deel achteruitgegaan. Dat komt voornamelijk doordat er minder voedsel beschikbaar is aan het zeeoppervlak. Soorten die hun voedsel uit de diepere lagen halen zoals Jan-Van-Gent en Zeekoet laten juist een positieve ontwikkeling zien.

Bij de kustvogels zijn er, net als bij de zeevogels, relatief veel afnames. Onder de soorten die het sterkst zijn afgenomen zijn relatief veel viseters, zoals futen en sterns. Naast de visstand spelen andere factoren kennelijk ook een rol bij de aantalsontwikkelingen, want sommige viseters zijn wél gestegen in aantal (Lepelaar, Kuifaalscholver, Dwergstern en Grote Stern).

Bedankt!

We willen alle tellers hartelijk bedanken voor hun bijdrage. Door die harde inzet is het mogelijk om de aantalsontwikkelingen in Nederland zo goed te volgen. Bij jullie zal het rapport binnenkort op de (digitale) mat vallen.

Ook geïnteresseerd? Het rapport is hier te downloaden.