De Blauwe Kiekendief is één van de 21 soorten waarvoor het Actieplan Broedvogels Waddenzee herstelmaatregelen voorstelt. De waddenpopulatie kwijnt namelijk langzaam weg. Foto: Adulte vrouw boven de Vliehors. Menno Hornman

Nieuwe plannen voor broedvogels Waddenzee

Met veel broedvogels van de Waddenzee gaat het niet goed. Soorten als Kluut, Scholekster en Noordse Stern laten al jaren negatieve trends zien. Met het Actieplan Broedvogels Waddenzee willen de beheerders van het Waddengebied het tij keren. Het werd gepresenteerd op de internationale Waddenconferentie die op 17 en 18 mei in Leeuwarden plaatsvond. Sovon leverde de monitoringsgegevens aan voor het actieplan.

Miljoenen trekvogels zijn afhankelijk van de Waddenzee als pleisterplaats. Maar dat niet alleen. De Wadden vormen een bijzonder broedgebied voor broedvogels die aan kust en water gebonden zijn, zoals de Eidereend, Zilvermeeuw en Strandplevier. Met tweederde van de populaties van deze karakteristieke soorten gaat het niet goed. Dat blijkt uit de monitoring die Sovon sinds 1991 coördineert in het Nederlandse deel van de Waddenzee voor het landelijke Netwerk Ecologische Monitoring en het TMAP programma voor de internationale Waddenzee.

Herstelmaatregelen

Vanwege deze alarmerende ontwikkelingen nam het Programma naar een Rijke Waddenzee het initiatief voor een actieplan. Het plan is de Nederlandse invulling van een voorstel dat in 2016 samen met Duitsland en Denemarken voor de internationale Waddenzee werd opgesteld. Een aantal maatregelen loopt al in de praktijk, zoals de aanleg van een vogeleiland bij de pier van Holwerd en inrichting van een binnendijks broedgebied bij Harlingen. Met allerlei gebiedsmaatregelen moeten de populaties van 21 soorten broedvogels weer op peil gebracht worden.

Het actieplan werd gepresenteerd op de regeringsconferentie van de drie Waddenlanden, Denemarken, Duitsland en Nederland. Daarbij waren de drie ministers van natuur van de drie landen aanwezig.

Extra monitoring in de Waddenzee in 2018

Beschermingswerk kan niet zonder gegevens over aantalsontwikkelingen, verspreiding en het broedsucces van vogels. Al decennialang worden daarom de bijzondere broedvogels van de Waddenzee nauwlettend gevolgd. Dat gebeurt via jaarlijkse steekproeftellingen, broedsuccesmetingen en in sommige gevallen met nog gerichter onderzoek (bijvoorbeeld aan de Scholekster en Lepelaar). Eéns per 6 jaar worden de broedvogelpopulaties van de hele internationale Waddenzee integraal in kaart gebracht.

2018 is zo’n integraal jaar. Soorten die normaliter met steekproeven worden gevolgd, bijvoorbeeld Scholekster en Tureluur, worden dan in de hele Waddenzee tussen Den Helder en Esbjerg integraal geteld. In het komende nummer van Sovon-Nieuws is meer over dat veldwerk te lezen.