Kolonie Duivelsberg | Foto: Harvey van Diek

Nesten van Blauwe Reigers tellen

Schorre kreten en reigers die met opgezette kruinen takken slepen. Dat zie je aan het einde van de winter bij kolonies. Maar op veel plekken zitten de Blauwe Reigers al op de eieren. De tijd om het aantal bezette nesten te tellen is aangebroken, nu de bladgroei het nog niet lastig maakt.

Vanaf 1990 volgen we de aantalsontwikkeling van Blauwe Reigers via het kolonievogelproject. Jaarlijks tellen waarnemers het aantal bezette nesten en geven dat als telling aan ons door.  

Nesten tellen voor de bladgroei

Vanaf half maart kun je de bezette nesten tellen in de kolonies. Doe dit bij voorkeur zo laat mogelijk in het seizoen, maar voordat de bladeren aan de bomen komen. Bij boomsoorten als wilg en populier moet je daarom de komende tijd tellen. Bij lariks, els, eik en beuk kan dat ook nog tot half april of later. Nesten in naaldbomen kunnen makkelijk aan de aandacht ontsnappen (let op pendelvluchten). In het broedbosje zijn witte schijtplekken op de bosbodem en laaghangend blad een goede aanwijzing voor één of meerdere nesten in de kroon. Nesten bevinden zich meestal in bomen, maar soms ook in struiken.

Verse takken of ingezakt en scheef?

Bezette nesten zijn te herkennen aan verse takken en witbescheten randen. Oude nesten zijn ingezakt, ontberen schijtplekken en hangen vaak scheef. Nieuwe nesten, die tot in de tweede helft van het broedseizoen optreden, zijn in het begin bijzonder ijl, hebben geen bescheten randen en kunnen op duivennesten lijken. Ze zijn vrijwel altijd in gebruik en worden meegeteld. In een kolonie is er vaak een grote spreiding van broedstadia; tot in mei kunnen nog late en vervolglegsels starten. Het aandeel niet bezette nesten is, zeker na een zachte winter, doorgaans laag.

Grote kolonies zijn zeldzaam

In de afgelopen dertig jaar als in de laatste tien jaar is een lichte afname vastgesteld. Strenge en koude winters kunnen een zware wissel trekken op de aantallen van de Blauwe Reiger. Ondanks dat er recent geen strenge winters zijn geweest, is het aantal getelde nesten afgenomen. De verspreiding is groter maar het gemiddeld aantal nesten per kolonie is afgenomen. Kolonies met honderd of meer nesten zijn tegenwoordig een zeldzaamheid. Alleen in Groot-Ammers is er nog zo een. In de jaren zeventig waren dat er nog 35 en die bevatten de helft van de landelijke reigerbevolking en sommige zelfs met 300-400 nesten (Vogelatlas 2018).

Zie voor meer informatie de Telrichtlijnen op de Blauwe-Reiger-pagina.

Meedoen? 

Binnenkort verschijnt het broedvogelrapport van 2017. Naast de interessante soorttekst wordt daarin melding gemaakt van het ontbreken gegevens van enkele grote kolonies. Het gaat om:

  • ‘t Schot - Ter Apel Gr
  •  Kriegersbos Aalten Gl
  •  Alemsche Overwaard Gl
  • Wisentbos Fl
  • Loozen Ov
  • Huys ten Donck ZH
  • Braassemermeer ZH
  • Gouwe Bos ZH
  • Hartel NB.

Heb jij een telling van deze kolonies, wil je een kolonie tellen of een nieuwe doorgeven?  Ga dan naar de vacante gebiedenpagina.

Jan Schoppers