Jonge Boerenzwaluw | Foto: Albert de Jong

Spreeuw en zwaluw verdwijnen in gebieden met hoge gehaltes neonicotinoïde

Insectenetende vogels als de Boerenzwaluw en Speeuw gaan sterker achteruit in gebieden met hoge concentraties van de neonicotinoïde imidacloprid in het oppervlaktewater. Dit blijkt uit een analyse van drie grote datasets, waaronder het BMP. Biologen van de Radboud Universiteit en van Sovon publiceerden hun onderzoek 9 juli in het tijdschrift Nature

Veel vogels die afhankelijk zijn van het boerenland lopen al jaren in aantal terug, zo blijkt uit tellingen van het Broedvogel Monitoring Project (BMP). Er zijn echter verschillen in teruggang van gebied tot gebied. 'We hebben gekozen om algemeen voorkomende insecteneters te bekijken, zoals de Spreeuw en de Boerenzwaluw,' vertelt Ruud Foppen van Sovon. ‘Daarvan zijn voldoende data vanuit het BMP voorhanden om trends in aantallen te kunnen bepalen. Het zijn voor het merendeel vogels die afhankelijk zijn van slootkanten, perceelsranden en landschapselementen waar zij hun voedsel bij elkaar scharrelen.’ Het BMP is het fijnmazigste vogeltelnetwerk ter wereld.

Waterkwaliteit en BMP

De gegevens uit het BMP werden vergeleken met twee andere grote datasets: die met waterkwaliteitsmetingen van de waterschappen en met gegevens over landbouwgebruik van het CBS. Veel voor vogels belangrijke insecten brengen een deel van hun leven in het water door. Uit de vergelijking kwam een duidelijke trend naar voren: waar de hoeveelheid imidacloprid in het oppervlaktewater boven de 20 nanogram per liter komt, nemen de vogels in aantal af en naarmate de hoeveelheid hoger is, is de afname groter. In gebieden met een hogere concentratie dan 20 nanogram en waarvoor gegevens beschikbaar waren, was de teruggang van de vijftien onderzochte vogelsoorten gemiddeld 3,5 % per jaar. 

Vijftien soorten 

Het gaat om de volgende soorten: de Bosrietzanger, Rietzanger, Kleine Karekiet, Veldleeuwerik, Graspieper, Geelgors, Spotvogel, Boerenzwaluw, Gele Kwikstaart, Ringmus, Fitis, Roodborsttapuit, Spreeuw, Grasmus en Grote Lijster. Insecteneters die jaarlijks door bekwame vrijwilligers worden gemonitord in honderden BMP-telgebieden. 'Het artikel onderstreept nogmaals hoe breed deze gegevens toepasbaar zijn, van ondersteuning van het beleid tot het uiteenrafelen van complexe biologische processen. Dat geeft het BMP-werk in de komende jaren zonder twijfel een geweldige impuls!', aldus Rob Vogel, hoofd Monitoring bij Sovon.

Volledige persbericht en meer info

Lees hier het volledige persbericht, inclusief een filmpje met uitleg over het onderzoek en meer achtergrondinformatie.