Huismus Jouke Altenburg

Nederlandse Huismus genetisch veranderd na achteruitgang

Onderzoekers hebben het DNA vergeleken van Nederlandse Huismussen die in musea zijn bewaard met in het wild levende Huismussen. Hieruit komt naar voren dat sinds de jaren tachtig, toen de Huismus hard achteruit ging, de wilde populatie genetisch is opgesplitst. Sovon werkte mee aan het onderzoek, geleid door de universiteit van Gent, waarvan in juni een artikel is geplaatst in wetenschappelijke tijdschrift Journal of Heredity.

De Huismus ging in Nederland de afgelopen decennia sterk in aantal achteruit. Rond 2002 was nog maar de helft van de broedpopulatie in 1980 aanwezig. De laatste jaren stabiliseren de aantallen. Onderzoekers wilden weten of deze achteruitgang heeft geleid tot genetische veranderingen, bijvoorbeeld door isolatie van lokale populaties. Ze haalden DNA uit veren van mussen die in verschillende Nederlandse musea zijn bewaard en vergeleken deze met het DNA van nu levende mussen. De huismussen werden door Sovon-medewerkers gevangen op dezelfde zeven locaties als waar de ‘museummussen’ destijds leefden (Amsterdam, Leiden, Voorschoten, Zoetermeer, Twello, Wilp en Berg-en-Terblijt).

Genetisch opgesplitst

De mussen van vroeger vertoonden onderling weinig genetische verschillen, wat erop duidt dat het één grote populatie was met veel uitwisseling van genen tussen lokale populaties. De nu levende mussen bleken echter wel genetische verschillen te vertonen. Binnen de zeven onderzochte gebieden konden de onderzoekers duidelijk twee groepen onderscheiden. De mussen van de locaties in Oost-Nederland wijken genetisch af van de mussen uit het westen van Nederland.

Minder uitwisseling genen

Deze verandering geeft aan dat de grote achteruitgang van de mussen genetische gevolgen heeft gehad. De lagere aantallen en mogelijk zelfs het plaatselijk verdwijnen van mussenpopulaties hebben er voor gezorgd dat er minder uitwisseling van genetisch materiaal tussen lokale populaties is opgetreden. De genetische verschillen zijn overigens heel klein en niet zichtbaar in bijvoorbeeld het uiterlijk van de vogel.

De onderzoekers vonden geen genetische verarming, dat tot een lagere overlevingskans kan leiden door bijvoorbeeld inteelt. Op de lange termijn kan dit wel ontstaan als populaties te klein worden en daadwerkelijk van elkaar geïsoleerd raken. Het is niet de verwachting dat de huismus snel in deze situatie zal raken. De aantallen zijn nog voldoende groot en er lijkt zelfs een licht herstel op te treden (zie figuur, bron www.sovon.nl/huismus).

Broedvogeltrend Huismus | Sovon Vogelonderzoek Nederland

Belang genetisch onderzoek

Vogelbescherming Nederland financierde een deel van het onderzoek. De studie laat zien dat een analyse van (oud) genetisch materiaal en de veranderingen daarvan door de tijd goede indicatoren kunnen leveren voor populatieveranderingen. Dit kan van belang zijn omdat uit het verre verleden vaak weinig of geen harde telgegevens bekend zijn.

Auteurs

  • Cousseau, L: Terrestrial Ecology Unit, Gent Universiteit, Belgie
  • Husemann, M: General Zoology, Martin Luther University Halle-Wittenberg, Halle, Duitsland
  • Foppen, R: Sovon Vogelonderzoek Nederland en Radboud Universiteit, IWWR
  • Vangestel, C: Terrestrial Ecology Unit, Gent Universiteit, Belgie en Royal Belgian Institutel of Natural Science 
  • Lens, L: Terrestrial Ecology Unit, Gent Universiteit, Belgie 

Literatuurverwijzing

Cousseau L, Husemann M, Foppen R, Vangestel Carl & Lens L (2016). Longitudinal survey identifies temporal shift in genetic structure among Dutch house sparrow populations. Heredity doi:10.1038/hdy.2016.38.

 

 

Reacties

Ik denk dat de koele voorjaarstemperatuur dit jaar en het bijvoeren er aan hebben bijgedragen dat de huismussen weer terug zijn gekomen in mijn huisdak met een nest met 6 jongen. Ik voerde elke dag een halve boterham biologische bruin brood in kruimels, die voor 70% door eksters en kauwtjes werden gegeten en 15% door mussen (8%)en mezen (5%)en roodborst (2%)en de rest door slakken en bosmuis. Ik heb met maxi-minimum thermometer temperaturen gemeten onder mijn grijze Hollandse dakpannen van mactiviteiten. 57 graden celsius. Bij die temperatuur gaat dierlijk eist al vervormen als gekookt eiwit. Graag ook onderzoek doen naar verschil in type van daken en nestplaatsen ten opzichte van zonlicht op dakpannen en nestplaatskeuze van nu ten opzichte van toen 1980 als dat kan. Graag reactie Frits

Beste medewerker Sovon, ik ben hobbyvogelaar en heb een meer plantaardige achtergrond. Uw instituut getuigd van zorgvuldigheid. Misschien is het de formulering van de uitslag van dit onderzoek dat ik een nuance wil toevoegen die uitgaat van een andere volgorde van gedachten. Hoewel niet aangetoond is dat het bij de huismus een mysterieuze ziekte of fysiek falen betreft, is mijn gedachte de volgende: Mutaties, hoe klein ook, zijn er bij elke nieuwe generatie. Stel, een massale infectie dodelijk voor 100% van algemeen voorkomend gentype bij een soort blijkt niet dodelijk voor een bepaald type mutant. Waardoor gaandeweg die andere mutant het ontstane populatiehiaat aanvult. Is identiek mechanisme voor afwijkende voedselacceptatie, etc. wilde dat even kwijt binnen deze beperkte ruimte. mvrgr Tom

Hoi, de huismus moderniseert ook. Bij ons broedt een kleine kolonie tussen de zonnepanelen en de dakpannen. De bevestigingsregels van de panelen gebruiken ze als houvast voor het nest.

Reactie toevoegen