Foto: Michal Kucharski (cc)

Nachtbraken voor Bosrietzangers

Wanneer in het oosten de eerste paarse gloed aan de hemel verschijnt om een ochtend in juni aan te kondigen, klinkt vanuit een ruigte met brandnetels en bramen een eindeloze serie van vogelimitaties: een zingende Bosrietzanger! De zangpiek van deze zangvogels is zo kort, dat vogeltellers moeten nachtbraken om ze te horen. Dit jaar was het een week langer wachten op de ‘bosrietjes’.

Door Albert de Jong (team LiveAtlas)

Bosrietzangers zijn kleine, bruine zangvogels die erg lijken op de Kleine Karekiet. Hoe onbeduidend hun uiterlijk ook is, met hun zang maken ze het verschil: na wat knarsende begintonen volgt een serie van snel herhaalde imitaties van andere vogelsoorten. Ze kunnen er uren mee doorgaan. Een Belgisch onderzoek toonde eens aan dat een gemiddelde Bosrietzanger 76 (!) verschillende vogelsoorten imiteert. De helft van de imitaties komt van Oost-Afrikaanse vogelsoorten, uit de regio waar Bosrietzangers overwinteren. De andere helft van Europese vogels. Na een Grijze Hongingzuiger klinkt meteen een Grutto… 

Strak gepland broedseizoen

Van de trekvogels is de Bosrietzanger één van de laatste terugkomers. Eerder dan in de tweede week van mei hoor je hem vrijwel nooit. Zingende mannetjes raken meestal binnen drie dagen gepaard met een vrouwtje, dat vrijwel meteen begint met het bouwen van een nestje en daar na een dag of vier al klaar mee is. Een week na haar terugkomst van de lange reis vanuit zuidoostelijk Afrika (Zambia, Mozambique etc.) legt ze eieren. Vanaf dat moment zingen mannetjes nog maar weinig. Anderhalve maand later vertrekken de eerste bosrietjes en hun kroost alweer uit de ruigte waarin ze hun strak geplande broedseizoen doorbrachten. Terug naar Afrika.


Ideaal biotoop voor de Bosrietzanger: vochtige kruiden, afgewisseld met zowel dood als jong riet en wat hoger struweel. Foto: Joost van Bruggen 

Brandnetelruigtes

Bosrietzangers nestelen in dichte, vochtige ruigtes. Ze houden van brandnetels en andere ruigtekruiden. Zingen doen ze graag vanuit de stengels van stevige planten, zoals Japanse duizendknoop, of uit dode rietplukjes. In uiterwaarden langs de grote rivieren en aan de randen van natuurontwikkelingsgebieden kun je ze in flinke dichtheden tegenkomen. Maar om hun aantallen goed in beeld te brengen, moet je dus nauwkeurig timen: eind mei/begin juni op pad. En het beste aan het einde van de nacht, als ze volop zingen. Nachtbraken hoort erbij voor broedvogeltellers in moerasgebieden. Lees hier een artikeltje over deze inventarisatieperikelen.

Dit voorjaar later

Normaal gezien arriveert de eerste golf Bosrietzangers in de tweede week van mei. Dit voorjaar bleef het echter lang stil en kwam de aankomstgolf ruim een week later, in de laatste helft van mei. Dat blijkt uit de trefkansfiguur van het nieuwe LiveAtlas-project van Sovon. Vogelwaarnemers die complete lijstjes bijhouden brengen zo de fenologie van soorten live in beeld. LiveAtlas is een heel laagdrempelige en leuke manier van vogels tellen.


De trefkansgrafiek van Bosrietzanger laat dit voorjaar een latere aankomst zien dan in de voorgaande 5 jaar.