MUS-teller Andre Veen zet graag zijn kijker aan zijn ogen om vogels te vinden en te bewonderen (foto: S. Verberne)

MUS-tellers Albert Jan en Andre aan het woord

Overal in ons land zijn MUS-tellers begonnen met hun eerste stadsvogeltelrondes voor 2018. De eerste resultaten stromen binnen. Sovon interviewde twee enthousiaste tellers die al jarenlang trouw voor MUS tellen. Hun boodschap is duidelijk: MUS-tellingen doen is leuk, ervaar het zelf!

MUS-teller Albert Jan Scheffer (foto: A.J. Scheffer)De ene teller is Albert Jan Scheffer, hij woont in Groningen en is 77 jaar. Na vroeger een BMP-gebied te hebben geteld, is Albert Jan vanaf het begin in 2007 begonnen met MUS. “Ik tel twee gebieden met heel verschillende verschillende vogelpopulaties. De ene is een woonwijk die goed op de fiets te doen is, de andere zo uitgestrekt dat ik die met de auto doe: een groot bedrijventerrein, veel buitengebied en twee dorpen.”MUS-teller Andre Veen (foto: A. Veen)

Ook stellen we vragen aan Andre Veen uit Aalst-Waalre (54 jaar). Hij telt ook vanaf de start van MUS in 2007. “Ik vond MUS een goed idee omdat vogels in de bebouwde kom onder druk kunnen komen te staan. Twee van de drie postcode-gebieden in de gemeente Waalre bezoek ik daarvoor, dat zijn 6 ronden van 1 ¾ uur per seizoen.”

Onvergetelijke ervaringen

Als antwoord op wat hun leukste ervaringen waren in die 10 jaar voor MUS tellen, vertelt Albert Jan: “Een Ooievaar in een voortuin, en een Nijlgans bovenop een chique villa. Ongewone vogels zoals Slechtvalk, Rouwkwikstaart en Zwarthalszwaan. Maar zeker ook de gesprekjes met bewoners die mij elk jaar zien terugkomen, vooral bij de avondtellingen. Een van hen heeft een stuk meegefietst, een ander vroeg of ik wilde uitkijken naar zijn parkiet. Enkelen moest ik uitleggen waarom de vogels die zij mij meldden, toch niet meetelden voor MUS.” Andre vertelt: “Het is leuk als kinderen me vragen wat ik aan het doen ben, en dan mee de vogels gaan aanwijzen. Dan hoop je dat ze later op een of andere manier ook rekening gaan houden met vogels.”

Elke telling is weer een verrassing...

Dat Albert Jan en Andre hun tellingen met plezier doen, is duidelijk. Albert-Jan: “De zonsopgangen. De roffelende Grote Bonte Specht boven mijn hoofd. De Spreeuw die perfect een miauwende buizerd imiteerde. De Roodborst, of de Zwartkop, of de Winterkoning, vlakbij keihard zingend. De stille zondagochtend. De koffie na terugkeer, tikje moe. Eigenlijk alles. Wat moet ik er meer van zeggen...” Andre: “Elke keer ben ik toch weer benieuwd of dezelfde (bijzondere) vogels van vorig jaar weer te horen en te zien zijn, en ook of er onverwachte soorten opduiken zoals een Bosrietzanger of Gekraagde Roodstaart. Al is het maar fietsend tussen de telposten, waardoor je ze dan niet eens mag opschrijven.” Volgens deze twee jarenlange tellers is MUS-tellen spannend en genieten, elke telling weer!

​​Veranderingen merk je door te tellen

De beide heren zien ook veranderingen in hun MUS-gebieden omdat ze diezelfde gebieden elk jaar op dezelfde manier tellen. Albert-Jan: “Veel verandering zie ik aan de stadsranden. Nieuwe bebouwing, wegenaanleg, het verdwijnen van waterpartijen en landbouwgrond. Ik heb in die 12 jaar 5 van de 24 telpunten moeten verplaatsen, een zelfs driemaal. Verdwijnen van vogelhabitats gaat snel, nieuw leefgebied ontstaat langzaam. Maar in de bouw wordt nu soms wel rekening gehouden met Gier- en Huiszwaluwen.” Andre: “Nieuwe gebouwen of huizen verschijnen, waardoor de soortensamenstelling op een gegeven moment ineens kan veranderen of zelfs verschralen. Dat is natuurlijk jammer, maar gebeurt nu eenmaal ook gewoon in een dorp.”

Tel met ons mee!

Albert-Jan en Andre moedigen je aan om óók te tellen voor MUS.  Albert-Jan: “Met MUS draag je bij aan een serieuze landelijke telling. De relatief korte tijd die je erin steekt doet ertoe. En: je krijgt deskundige en plezierige begeleiding door Jan Schoppers en collega’s.” Andre doet er nog een schepje bovenop met zijn aanmoediging: “Je leert zelf altijd weer wat bij over bijvoorbeeld verschillende geluiden van een vogelsoort, en je komt soorten tegen die je misschien niet in je eigen omgeving vindt. Zo heb ik de Bonte vliegenvanger leren kennen, die overigens de afgelopen 11 jaar al meer voorkomt, zowel op de 12 telposten als op andere plaatsen waar ik daarna langs fiets op weg naar mijn werk.”

Wil je ook meedoen? We willen je hartelijk verwelkomen als nieuwe MUS-teller. Kijk voor meer info op de MUS-pagina.