Zingende Zwarte Roodstaart | Foto: Harvey van Diek

MUS in stad én dorp en nieuwbouwwoning gezocht voor de Zwarte Roodstaart

MUS, door ons stadsvogelmeetnet genoemd, gaat het veertiende jaar in. Hierdoor bestond de indruk bij een deel van de waarnemers dat vooral in steden geteld kan worden. We zien een oververtegenwoordiging van getelde punten in stedelijk gebied. Op een enkele soort na zien we nauwelijks verschil in trend tussen dorpen en steden (zie komende Sovon-Nieuws). Wat wil de Zwarte Roodstaart?

Door: Jan Schoppers, coordinator MUS

 

Vooral dorpen ondervertegenwoordigd

MUS is van meet af aan een succesvol telproject en weet waarnemers van diverse pluimage langjarig aan zich te binden. In 2019 werd een recordaantal van ruim 6900 punten geteld, 70% meer dan de 4100 telpunten waarmee we in 2007 al meteen een vliegende start kenden. De tellingen zijn behoorlijk over het land verdeeld, al blijven Friesland, Drenthe, Flevoland, Zeeland en Limburg onderbelicht. Als we kijken naar deelname in stad en dorp dan is in Groningen, Flevoland, Zuid-Holland en Gelderland is de ‘overbemonstering’ van grotere steden het sterkst. Zeker in deze provincies verwelkomen we dus graag nieuwe tellers in dorpen en buurtschappen. Wellicht dat een deel van de huidige stadstellers om het jaar wil uitwijken naar een dorp in de directe omgeving? Wat ons betreft is zo’n roulerende aanpak prima mogelijk. Het biedt ook een welkome afwisseling in de vogels die je tegen komt!

De Zwarte Roodstaart wil meer nieuwbouw

De soort is een typische bewoner van dorpen en steden en bijna een kwart van onze populatie is daar te vinden. Nieuwbouw en bedrijventerrein zijn de voorkeurshabitat. De aantallen in Hoog-Nederland (boven NAP, zand) zijn ruim twee keer zo hoog als in Laag (onder NAP, klei en veen). In dertien jaar MUS is landelijk een lichte afname vastgesteld. Die manifesteert zich vooral in het lage deel, ook het meest verstedelijkt, en in hoog zijn de aantallen stabiel. In 2012 werd al een mooi verband vastgesteld met het aantal nieuwbouwwoningen dat twee jaar eerder was gebouwd. Dit aantal is nu ook weer omgezet in een index zodat het vergelijkbaar is met de trend van de Zwarte Roodstaart (figuur 1). Net als in 2012 blijkt er ook tot en met 2019 een sterk verband (R²= 0,83) met de woningbouw twee jaar eerder. Voor drie jaar en één jaar eerder blijkt het verband minder sterk (resp. 0,52 en 0,31). Na een aantal jaren verliest een nieuwe woonwijk zijn aantrekkelijkheid voor de soort door meer groen en beplanting en minder ruderale omstandigheden. Een MUS-teller in IJburg Amsterdam illustreerde dat mooi: ‘Zwarte Roodstaart verdwenen, Huismussen verschenen’. De overheid heeft een flinke opgave en wil het tekort aan woningen verminderen door nieuwbouw in de komende jaren. De Zwarte Roodstaart juicht dat plan toe.

 

Figuur 1. Zwarte Roodstaart. Aantalsontwikkeling (index) landelijk en in hoog en laag in MUS.
Ook weergegeven het nieuwbouwwoningen twee jaar eerder gereed (bron: CBS).
Illustraties vrouw (lo) en man (rb): Elwin van der Kolk.

 

Mentoren voor aspirant tellers

Recent hebben zich een aantal MUS-tellers aangemeld om aankomende MUS-tellers mee te nemen tijdens een telling. Je kunt dan zien en horen wat er van je verwacht wordt en ook hoe de telling gedaan wordt. Mentoren en aspirant tellers kunnen zich beide bij Jan melden.

MUS-teller aan het woord: Ed ter Laak, Almere

Ik vind meedoen met MUS om uiteenlopende redenen de moeite waard. Ik vind het leuk om de vogels in de wijk waar ik woon te volgen. Mijn eerste telpunt van de route ligt een paar huizen van mij vandaan, makkelijker kan toch niet. Door op alle telpunten 5 minuten stil te staan en dan bewust te kijken en te luisteren, zie je veel meer dan wanneer je gewoon door je wijk loopt of fietst. Zo vond ik het verrassend om op veel punten Zwarte kraaien en Eksters waar te nemen.

Een andere motivatie is om bij te dragen aan de wetenschap, ook al is de telling nog zo simpel. Je draagt bij aan ‘citizen science’, burgerwetenschap. Sovon laat je altijd weer duidelijk merken dat de tellingen erg gewaardeerd worden.

De tellingen vragen nauwelijks inspanning en zijn in welhaast ieders leven makkelijk in te passen. Twee keer ’s morgens vroeg bij het krieken van de dag op je fiets klimmen en maar één keer ’s avonds tellen. Na elk seizoen ben je benieuwd hoe het volgend jaar zal zijn, dus de ‘verslaving’ helpt ook een handje om met de tellingen door te gaan. En de verrassingen zijn aantrekkelijk. Zo zie ik in de laatste telling van het jaar soms een Boomvalk; die zal ongetwijfeld ergens in de buurt gebroed hebben. En dan die bewoner op nr.37 die zich er waarschijnlijk niet van bewust is dat hij bijna jaarlijks een zingende Blauwborst voor zijn deur heeft! Ook het waarnemen van Grote zilverreigers in de bebouwde kom in de broedtijd was zeker enkele jaren geleden een nieuw fenomeen. Dat kon ik zelf ook nagaan op website van Sovon omdat je ingevoerde waarnemingen direct in landelijke en provinciale verspreidingskaarten worden verwerkt. Ook ben je getuige van landelijke trends. Zo zie ik al enkele jaren vrijwel geen Groenling meer vanwege de infectieziekte ‘het Geel’. Ook het aantal Merels is in mijn omgeving nogal gekelderd, zij hebben last van het Usutu virus. Ik vind het volgen van de gewone soorten toch al veel aantrekkelijker dan achter zeldzame soorten aan te gaan. De achteruitgang van zo’n prachtige soort als de Merel die met zijn zang zo veel sfeer geeft, doet mij meer dan wanneer ik een dwaalgast niet gezien zou hebben.

Doe mee in dorp en stad

Ben je door het verhaal van Ed ook enthousiast geworden. Overal zijn nieuwe tellers welkom. In Friesland, Drenthe, Flevoland, Zeeland en Limburg zijn tellers meer dan welkom. In Groningen, Flevoland, Zuid-Holland en Gelderland worden waarnemers aangemoedigd om (ook) in dorpen te tellen. Kijk wat er beschikbaar is en claim een gebied.  Kijk voor meer informatie en de gratis online MUS-Cursus op sovon.nl/MUS.