Spreeuw bij nestingang, 31 maart 2007, Ooij | Foto: Harvey van Diek

MUS gaat het elfde jaar in

Komend seizoen beginnen we alweer aan het elfde seizoen van het Meetnet Urbane Soorten. De methode is eenvoudig en kost weinig tijd. Het is een punttelling van 5 minuten per punt in dorpen en steden. Naast landelijke trends presenteren we ook provinciale.

Door: Jan Schoppers, coördinator MUS

Trends

Landelijk is van 81 soorten een trend beschikbaar over 2007-2016. Per provincie zijn ook voorlopige trends beschikbaar. Gemiddeld per provincie is er van 55 soorten een trend beschikbaar. Per provincie gaat het om Friesland (51), Groningen (56), Drenthe (35), Overijssel (55), Flevoland (41), Gelderland (71), Limburg (41), Noord-Brabant (59), Zeeland (46), Zuid-Holland (68) Utrecht (63) en Noord-Holland (69). Grofweg kun je zeggen hoe groter de deelname en dekking hoe groter het aantal soorten met een trend.   

Huismus en Spreeuw

Beide soorten zijn landelijk in de afgelopen decennia flink achteruitgegaan. Dat kunnen we zien op de soortpagina van de Huismus  Ongeveer 70% van de Huismussen broedt in het stedelijk gebied. Vanaf de eeuwwisseling is de dramatische afname gestopt. We zien echter wel dat in het hoge deel (zand) van het land recent een afname is ingezet. Interessant is nu om te zien hoe dat het komende voorjaar zal uitpakken.

De landelijke afname van de Spreeuw gaat nog steeds door. De afname is het sterkst in bossen en stedelijk gebied, en minder sterk in boerenland. Rond de eeuwwisseling broedt bijna 20% van de landelijke populatie in dorpen en steden. De afname van de Spreeuw zet ook de laatste tien jaar door maar lijkt vooral door het hoge deel ingegeven. In 2014 was het Jaar van de Spreeuw. Dat was een uitzonderlijk jaar met veel uitgevlogen jongen en tweede legsels. Het jaar erop was juist een ‘normaal’ jaar met veel minder jongen en nauwelijks tweede leg. Het lijkt erop dat we het goede en magere jaar terug zien in het jaar erop. Vorig jaar was (lokaal) ook een goed jaar met veel tweede leg. Spannend is nu of we dat terug zien in de getelde aantallen in het komende voorjaar.

Deelnemers gevraagd

Landelijk zien we een goede deelname. Provinciaal zijn er een aantal waar nieuwe MUS-tellers bijzonder welkom zijn. Het gaat om Friesland, Groningen (vooral buiten de stad), Drenthe, Flevoland, Limburg en Zeeland Je kunt zien waar vacante telgebieden zijn in je dorp, gemeente of stad op. Ik zie je aanmelding met veel plezier tegemoet. De drie telperiodes zijn 1-30 april, 15 mei-15 juni (beide vroege ochtend) en 15 juni-15 juli (avond). Een telling duurt 1,5-2 uur en dus maximaal 6 uur per voorjaar.

MUS met Avimap en een nieuwe cursus

MUS is door de eenvoudige methode ook geschikt voor de minder ervaren teller. Per telling worden er 20-30 soorten gezien en gehoord. Ben je niet helemaal zeker of je de soorten kent op uiterlijk en geluid dan kun je oefenen via de nieuwe MUS-cursus. Het is ook ideaal om voor de telling even de oefenen zodat je beslagen te ijs komt. Bekijk het bericht over de cursus elders in deze nieuwsbrief.

MUS op de app

MUS was in 2007 het eerst telproject waar de verwerking van de resultaten geheel digitaal gebeurde via de website van Sovon. In de afgelopen maanden kreeg ik al van diverse MUS-tellers de vraag of MUS ook in het veld ingevoerd kan worden met een app. Ik ben dan ook blij te kunnen melden dat vanaf de aanstaande seizoen  er een mobiele app beschikbaar is voor de invoer van de telgegevens in het veld. Deze is onderdeel van de Avimap app waarmee ook PTT, broed- en watervogeltellingen kunnen worden ingevoerd. De app is te downloaden via Playstore (Sovon – Avimap invoer), alleen voor Android (zie verder in de handleiding). Als je ‘m gaat gebruiken, laat ons weten hoe het bevalt! De app is vanaf half maart beschikbaar in de Playstore en we zullen je daarover berichten via de website en MUS-Nieuwsbrief.