Roodhalsfuut in prachtkleed. Foto: Ran Schols

Monografie Roodhalsfuut

De Nederlander Jan Johan Vlug schreef een monografie van liefst 320 pagina’s over de Roodhalsfuut. Hij vat hierin literatuur samen maar bovenal eigen uitgebreid veldwerk in Noord-Duitsland, uitgevoerd gedurende vele tientallen jaren!

Sleeswijk-Holstein, in het noorden van Duitsland, ligt min of meer aan de grens van het goed bezette broedareaal van de Roodhalsfuut. Meestal zijn de dichtheden in zulke situaties laag, zo niet in deze deelstaat. Met een huidige populatie van 500-700 broedparen is het een belangrijke regio voor deze soort, die lokaal in zeldzaam hoge dichtheden voorkomt.

Langjarig onderzoek

Vlug komt vanaf 1980 driemaal per jaar voor langere perioden in Sleeswijk-Holstein om onderzoek te doen. Dat concentreert zich op populatieverloop, habitatgebruik en broedbiologie in de ruimste zin van het woord. Zo weten we dat de aantallen jaarlijks sterk schommelen maar in grote lijnen stabiel zijn, dat 38% van bijna 15.000 gevolgde paren succesvol was (tenminste één jong grootgebracht) en dat paren die voedselvluchten moeten maken vaker mislukken dan paren die voedsel dichtbij het nest vinden.

Concurrenten en pioniers

Maar er is veel meer in deze monografie te vinden. Roodhalsfuten blijken bijvoorbeeld amper te concurreren met Futen maar des te meer met karperachtigen, die deels dezelfde prooien bejagen, zoals kleinere vissen en waterinsecten en hun larven. Typerend voor het habitatgebruik van Roodhalsfuten zijn de pionierstrekjes. Ze bezetten vlot nieuw ontstane of aangelegde kleine wateren, maar verlaten die vaak na enkele jaren.

Meer lezen

De met fraaie en instructieve kleurenfoto’s verluchtigde monografie (voor Vlug de tweede, na een over de Fuut in 1983, uitgave KNNV) is een echte Fundgrube voor de liefhebber van de intrigerende Roodhalsfuut. De Engelstalige uitgave verscheen als bijzondere uitgave (Sonderheft) van het tijdschrift Corax. Een pdf is hier in te zien. Liefhebbers die de uitgave willen aanschaffen kunnen zich het beste wenden tot de secretaris van de betreffende organisatie.