Beflijster, onmiskenbaar indien onder goede omstandigheden waargenomen. Foto: René van Rossum.

Matig voorjaar voor Beflijster?

Half april is dé tijd om Beflijsters te zien, maar in het ene voorjaar zijn ze talrijker dan in het andere. Hoe zit het dit jaar?

Tegenvallende aantallen?
Tot nu toe vallen de waargenomen aantallen wat tegen. Uit de trektelcijfers blijkt dat de Beflijsters wat vroeger begonnen door te komen dan vorig jaar, maar in duidelijk lagere aantallen (bron: Trektellen.nl).
Hetzelfde beeld geven losse meldingen te zien: in de eerste 18 dagen van dit jaar doken Beflijsters op in minder kilometerhokken (als maat voor de verspreiding; -13%), in aantallen die duidelijk lager bleven (-35%) (bron: Waarneming.nl). Tenzij er nog een mooie nastoot komt, steekt voorjaar 2014 dus wat karig af ten opzichte van 2013.

Wisselvalligheid troef
Dat de aantallen Beflijsters jaarlijks flink verschillen, is normaal. In een artikel in Sovon-Nieuws is al eens aandacht besteed aan het voorjaar van 2012, dat juist heel veel Beflijsters opleverde. Kort door de bocht geformuleerd lijkt het erop dat grote aantallen vooral gezien worden bij stevige zuidoostenwinden (stuwing langs de kust) of juist regenachtig weer (veel in binnenland). In voorjaren met veel rustig en zonnig weer (zoals 2014) lijkt de trek deels hoog en ongezien voorbij te gaan.

Toch uitkijken
Uiteraard blijft het parool: ogen open. Duinvalleien, schrale heidevelden, paarden- en schapenweitjes kunnen allemaal een of meer Beflijsters opleveren. Vooral de fraaie mannetjes zijn een lust voor het oog, al blijft een ontmoeting met deze schuwe soort vaak bij een flits.