Zilvermeeuw met stuk brood in de snavel. Zilvermeeuwen zijn opportunisten, die de stad in zijn getrokken omdat daar veilige broedplaatsen zijn en er genoeg voedsel te vinden is. Foto: Merijn Loeve

Lockdown lijkt geen probleem voor meeuw

Hebben stadsvogels, zoals de Kleine Mantelmeeuw, Zilvermeeuw en Stadsduif last van de coronacrisis? Omdat er minder mensen op straat zijn, is er misschien minder rondslingerend eten beschikbaar voor deze vogels. Op basis van de voorlopige resultaten van de eerste telronde van het Meetnet Urbane Soorten lijkt het wel mee te vallen.

De Kleine Mantelmeeuw, Zilvermeeuw en Stadsduif kregen de afgelopen tijd aandacht in de media omdat ze (deels) afhankelijk zijn van ons afval. En daarvan zou minder rondslingeren op straat door de ‘intelligente lockdown’. Binnen het Meetnet Urbane Soorten (MUS) worden de ontwikkelingen van deze vogels in steden en dorpen bijgehouden. De resultaten van de eerste telling, die plaatsvond tussen 1 en 30 april, kunnen al vergeleken worden met die van vorig jaar. De Kleine Mantelmeeuw is in dezelfde aantallen geteld als vorig jaar. De Zilvermeeuw en Stadsduif in iets lagere aantallen. De Zilvermeeuw en Stadsduif nemen echter al jaren af, terwijl de stadse Kleine Mantelmeeuw in aantal toeneemt.

Top vijf

Het zijn overigens niet alleen meeuwen en duiven die worden geteld binnen MUS. In totaal zijn er 150.240 vogels doorgegeven van 159 soorten. De top vijf bestaat uit Houtduif, Kauw, Koolmees, Merel en Huismus. Daarnaast zijn er ruim 920 zoogdieren ingevoerd van elf soorten, met Kat, Konijn, Haas en Eekhoorn als algemeenste. Extra aandacht is er dit jaar voor de Pimpelmees, omdat er opvallend veel dode en zieke vogels gemeld worden. Het gaat waarschijnlijk om een bacteriële infectie. Voorlopig zijn de aantallen Pimpelmezen gemeld door MUS-tellers hoger dan vorig jaar. Ook Huismus en Spreeuw kwamen in april goed voor de dag. De laatste soort krijgt ook extra aandacht, omdat deze in aantallen achteruit gaat, hoewel dit in dorpen wat minder sterk is dan in de steden.

Goede deelname

Het Meetnet Urbane Soorten is dit jaar begonnen aan het veertiende jaar en de deelname is weer bijzonder goed. Op dit moment zijn er meer dan 950 stadsvogeltellers actief. In de afgelopen twee maanden zijn bijna nieuwe 60 postcodegebieden geclaimd voor MUS. Bij het begin van de coronacrisis hielden we rekening met een lagere deelname, maar het omgekeerde is juist het geval.

Doe ook mee met MUS

De tweede telperiode loopt van 15 mei tot 15 juni. Binnen die periode moet je één telling doen in de vroege ochtend. Je telt vijf minuten op tien tot twaalf punten en een telling duurt maximaal twee uur. Kijk voor meer informatie en voor het claimen van een telgebied op www.sovon.nl/nl/MUS.