Kramsvogel op rode sierappel | Foto: Harvey van Diek

Lijsters en bessentelling

In Jaarrond Tuintelling organiseren we naast de week- en tijdstiptellingen regelmatig evenementtellingen, zoals de tuinvlinder- egel- en spinnentellingen, BioBlitz en Eindejaars Plantenjacht. Nieuw dit najaar was de lijsters- en bessentelling. Binnen dit telproject hebben 212 tuintellers gezamenlijk voor 510 tellingen gezorgd. Vooral in Noord- en Zuid-Holland, Noord-Brabant en Gelderland is flink geteld.

In het najaar overspoelen (door)trekkende lijsters zoals Merel, Koperwiek, Zanglijster en Kramsvogel ons land. Met de lijsters- en bessentelling wilden we een beter beeld krijgen van de besdragende planten in onze tuinen en de lijsters die daarop foerageren. In de trekperiode van 14 oktober tot 11 november kon iedereen in een tijdstiptelling het aantal lijsters en de besdragende planten doorgeven. Bij de vogelsoorten kon gedrag ingevoerd worden: ‘etend van bessen’ of ‘aanwezig, dus niet etend van bessen’, en in het opmerkingenveld welke bes of ander voedsel of gedrag. Naast de lijsters konden extra vogelsoorten en besdragers worden toegevoegd.

Welke bessen staan in de tuinen?

Vanaf het einde van de zomer (krent, vlier en lijsterbes) tot begin van de lente (cotoneaster, klimop en Gelderse roos) zijn in veel tuinen bessen aanwezig voor vogels. Deelnemers aan de telling meldden maar liefst twintig soorten bes- of fruitdragende planten (in 949 meldingen). Dit is waarschijnlijk een goede afspiegeling van de gemiddelde tuin van een deelnemer aan Jaarrond Tuintelling. Hulst, appel en klimop zijn het meest gemeld, in 11 tot 17 procent van tuinen (figuur 1). Inclusief de andere soorten zijn het (van oorsprong) wilde soorten. Bij de groep ‘overig’ gaat het bijvoorbeeld om kardinaalsmuts en liguster, maar ook om gekweekte soorten als druif en calliparca (paarse besjes).

Welke vogels?

De focus van de telling lag op de lijstersoorten Zanglijster, Koperwiek, Grote Lijster, Kramsvogel, Merel en Beflijster. Extra soorten konden eenvoudig worden toegevoegd. In totaal zijn 21 besetende vogelsoorten doorgegeven. De top drie van meldingen bestaat uit Merel (456 keer gezien, 55%), Koperwiek (130 keer, 16%), Zanglijster (93 keer, 11%) (figuur 2), Kramsvogel (40 keer, 5%) en Spreeuw (18 keer, 2%). De top tien wordt compleet gemaakt met de Houtduif, Grote Lijster, Zwartkop, Pimpelmees en Roodborst (1 tot 2%). De Beflijster is slechts twee keer gezien en de Halsbandparkiet drie keer. Vooral de laatste zou je wat meer op bessen en appel verwachten.

Van alle meldingen op bessen was het hoogste aandeel van Spreeuw en Koperwiek (respectievelijk 67 en 58%) en het laagste Kramsvogel en Zanglijster (respectievelijk 43 en 33%). De Merel neemt met bijna de helft van de waarnemingen op bessen een tussenpositie in. Bij Zanglijster en Merel worden dan vaak als alternatief voedsel slakken en regenwormen genoemd.

Welke bessen zijn favoriet?

De top vijf (89% van het totaal) heeft een verschillende voorkeur. De Merel gaat voor appel en sierappel, Koperwiek is verzot op hulstbessen en de Zanglijster gaat voor gevarieerd met een lichte voorkeur voor de lijsterbes. Merel en Zanglijster laten daarnaast een grote variatie zien; waarschijnlijk gaat het (deels) om standvogels die ook weten wat er te koop is in de buurt. De Koperwiek laat een duidelijke voorkeur zien voor hulst, een plant die ook in de broedgebieden staat net als appel, meidoorn en lijsterbes. De Kramsvogel had een voorkeur voor meidoorn (40%) en de Spreeuw voor lijsterbes (80%). Tot slot werd de Beflijster niet besetend waargenomen. Leuk is ook om te zien dat elke soort een andere gedrag heeft. Merels zitten vaak alleen, of soms met twee in een struik met bessen waar andere Merels niet worden toegelaten. Koperwieken zijn onrustig, vliegen veel op en rond in de omgeving. Als groep komen ze aanvliegen, vallen een bessenstuik aan en beginnen gelijk met schrokken.

Figuur 1. Besdragers. Aantal keren gemeld per soort (n=949). * in telperiode nauwelijks of (nog) niet besdragend. De groepen van appel (inclusief de sierappel) en cotoneaster (bijvoorbeeld dwergmispel) zijn een samenvoeging van diverse rassen en variëteiten.

Figuur 2. Gegeten bessen voor Merel, Koperwiek en Zanglijster als aandeel van meldingen besetend.

 

Conclusie en volgend jaar

Uit de telling in tuinen tussen half oktober en half november blijkt dat een aanzienlijk deel van de aanwezige lijsters bessen eet. De voorkeur van bessensoort blijkt te verschillen per lijstersoort. We kunnen dus concluderen dat tuinen met bessen van belang zijn voor lijsters tijdens de trekperiode. Volgend jaar gaan we ons voorbereiden op het Jaar van de Merel dat in 2022 zal plaatsvinden. Het evenement 'Lijsters- en bessentelling' was daarvoor een geslaagde vingeroefening. Alle jaarrond tuintellers en moderators worden bedankt voor hun inzet.