Foto: Harvey van Diek

Lepelaar rukt op tot aan de Randstad

Het gaat erg goed met Lepelaars in Nederland. Waren deze markante vogels begin jaren zeventig nog een zeldzame verschijning, nu is de stand hoger dan ooit. Er zijn zelfs kolonies langs de bebouwing van de Randstad te zien. De Lepelaar is één van de best getelde broedvogels van Nederland. Dat laat Sovon vandaag zien in een rapport met de laatste cijfers over de populatie-ontwikkelingen van 195 soorten broedvogels.

In 1970 broedden er slechts 215 paren Lepelaars in het Naardermeer, Zwanenwater en op Texel. Sindsdien maakte de soort een spectaculaire ontwikkeling door en groeide de populatie tot ongeveer 3800 paar in 2019. Jaarlijks worden vrijwel alle kolonies met broedende Lepelaars geteld. Dat wordt gedaan door onderzoekers van de Werkgroep Lepelaar, terreinbeheerders en vrijwilligers van Sovon Vogelonderzoek Nederland.

Kustvogel

Lepelaars worden vooral geassocieerd met de kust. Daar zijn inderdaad de meeste broedplaatsen te vinden. Bijna de helft van alle vogels broedt in de Waddenzee, die vijftien jaar geleden nog tweederde van de landelijke populatie herbergde. In de grootste kolonies, op Texel, Ameland en Schiermonnikoog, broeden honderden vogels bij elkaar. Na 2012 verdubbelde de populatie in het Deltagebied. Daar broeden al meer dan duizend paren.

Aantal broedparen (rode lijn) in Nederland en het aandeel ten opzichte van het totaal per deelgebied.

Steeds dichter bij de stad

Opmerkelijke groei komt ook uit het binnenland, waar Lepelaars tegenwoordig zelfs dicht bij grote steden broeden. Zo zijn er kolonies aan de randen van Rotterdam, Delft, Leiden en Haarlem bekend. De vogels gebruiken daar regelmatig bomen met nesten die eerst door blauwe reigers zijn gebruikt. Kennelijk herbergen de polderslootjes in de omgeving van deze broedplaatsen genoeg voedsel om hun jongen mee te voeden. Twee kolonies zijn zelfs te volgen via webcams bij Haarlem en in de Nieuwkoopse Plassen.

Laatste stand

De Lepelaar is één van de 195 broedvogelsoorten waarvan Sovon de laatste stand heeft samengevat in een jaarrapport. Jaarlijks worden de aantallen broedvogels nauwgezet gemonitord met de hulp van meer dan 2500 vrijwilligers. De langjarige trends, die samen met het Centraal Bureau voor de Statistiek zijn berekend, laten zowel positieve als negatieve ontwikkelingen zien. Zo laten nieuwkomers als de Middelste Bonte Specht en Cetti’s Zanger snelle toenames zien, maar nemen boerenlandvogels als de Grutto en Kievit onverminderd af.

Het rapport is hier te downloaden (12,2 Mb)