Kruisbek man. Foto: L'udo Remeník

Kruisbekken: snavel gebouwd om schubben van sparrenkegels te openen

Sperweruil in Zwolle, Sneeuwuil op Vlieland, honderden Kruisbekken in Drenthe en Pestvogels in Groningen en Buitenpost. Vogelaars werden de afgelopen winter getrakteerd op niet alledaagse vogels. De invasie van Kruisbekken was compleet, vooral in Drenthe en Gelderland. Er zijn zelfs waarnemingen van de zeldzamere Witbandkruisbek en de Grote kruisbek in Noord-Drenthe.

Door Hero Moorlag

Kruisbekken komen uit Fenno-Scandinavië (Zweden en Finland onder de Poolcirkel) en Rusland. Ze leven uitsluitend in sparren-bossen. Kwamen vóór 1975 invasies van Kruisbekken in ons land om de zes jaar voor, daarna vaker om de drie jaar. De sparrenbossen in Drenthe zijn ouder geworden. Bij voedseltekort in het hoge noorden is in bossen op onze zandgronden voldoende te eten.

Invasie

Het eerste bericht over een invasie van Kruisbekken in Drenthe kwam in november.

Echtenerzand met in de verte larix- en sparrenpercelen (foto Hero Moorlag)


De vogels zijn gezien in het Noordlaarderbos, Drents-Friese Wold, Pelinckbos bij Assen en de boswachterijen Anloo en Gees. Ik weet dat ze tijdens invasies wel in het Echtenerzand komen, onderdeel van Boswachterij Ruinen. Het gebied staat ook bekend als Echtens Paradijs. Rond de zandheuvels met jeneverbesstruiken en vliegdennen liggen sparrenbossen met Douglas- en fijnspar, afgewisseld door percelen met Japanse lariks. De bomen zijn er uitzonderlijke groot. Ze stammen uit de tijd van de werkverschaffing, de dertiger jaren. Maar, helaas, er zijn hier slechts enkele sparren die kegels dragen.
Kruisbekken kun je hier wel vergeten. Of toch niet. Plotseling klinkt een kort kiep-kiep vanaf de top van een lariks. In de kijker zie ik ze, knalrode mannetjes en groengele vrouwtjes. Je krijgt pijn in je nek, omdat je stijl omhoog moet kijken, maar het is de moeite waard. Bij tientallen komen ze aanvliegen en dalen neer op de toppen van lariksen. Ze laten hun voorkeur voor sparren zien door een larikskegeltje af te knippen en ermee naar de top van een Douglasspar te vliegen. Daar breken ze de kegel open en halen de zaden eruit. De schubben vliegen in het rond.

Kruisbekvrouwtjes met larixkegel op een spar (foto Hero Moorlag)


Snavelhelften kruiswijs

Hoe is het mogelijk dat kruisbekken met hun vreemd gevormde snavel een schub van een sparrenkegel kunnen openen. De snavel-helften liggen immers aan de punten gekruist overelkaar, alsof ze doorgegroeit zijn. Deze vinkensoort heeft een gespecialiseerde aanpassing. Een van de gewrichten in de onderkaak maakt het mogelijk dat de Kruisbek de ondersnavel zijwaarts kan verschuiven. De ene Kruisbek doet dat naar links, een andere naar rechts. Er zijn linksdraaiende Kruis-bekken en rechtsdraaiende. De snavel is sterk afgeplat. Een Kruisbek hangt onderaan een sparrenkegel. Hij verschuift de onderkaak zo, dat de beide snavelpunten in één vlak komen te liggen. Dan draait hij zijn kop schuin en schuift de afgeplatte snavel onder de schub en werkt die diep naar binnen. Hij sluit de snavel zodat de punten weer kruislings staan en draait de kop recht. De schub wordt opgelicht en de Kruisbek vist met zijn kleverige tong beide zaden eruit. Bij het terugtrekken van de snavel splijt de schub overlangs. Vind je op de grond kegels met gespleten schubben, dan weet je dat dat het werk van Kruisbekken is.
In februari waren in het Echtenerzand nog enkele Kruisbekken. De meeste werden toen gezien in Boswachterij Staphorst, het Noord-laarderbos en het Drents-Friese Wold. Opmerkelijk is een bericht van de heer Harencarspel uit 1931. Jagers schoten in Drenthe Kruisbekken af, omdat ze kegels van Japanse lariks vernielden. De zaden waren bestemd om lariksen te kweken. Dat was goedkoper dan aankoop van bomen.

Wisselende broedgevallen

Probeer met je vingers eens de schubben van een sparrenkegel te openen. Dat valt niet mee. Wat hebben Kruisbekken krachtige kaakspieren. Alle respect voor deze vogels en hun typische aanpassing. Die zaden zijn olierijk, dus heel voedzaam. Zijn er voldoende sparrenkegels, zoals in de bossen op de Veluwe, dan blijven groepen Kruisbekken na een grote invasie in ons land hangen. Rond 1975 broedden in ons land 35 tot 400 paartjes.

Knalrood mannetje kruisbek (foto L’udo Remeník)

Tegenwoordig lopen de broedgevallen op tot 3500 paar, maar dan alleen na een grote invasie en als er voldoende voedsel is. Kruisbekken broeden in januari, februari en begin maart, ook als het vriest en er sneeuw ligt. Het is lastig een broedgeval te constateren, want de vogels maken hoog in de sparren hun warme nest. Ze doen er alles aan hun jongen tijdens een vorstperiode warm te houden. De voedzame pulp van olierijke zaden waarmee ze de jongen vanuit hun krop voeren, doet de rest. In het Drents-Friese Wold en Echtenerzand zijn nog steeds Kruisbekken. Vogelaars letten op broed-gevallen.

Foto’s maken van Kruisbekken is een hele toer, omdat ze zo hoog fourageren. Vriend L’udo Remeník in Slowakije kent dat probleem niet. In de bergen van de Grote Fatra kijk je op de toppen van sparren. Daarom een foto door hem gemaakt om die wonderlijke gekruiste snavelhelften goed te laten zien.

Contact

Hero Moorlag